Jonge onderzoekers staan vaak te springen om te mogen doorgaan in de wetenschap. Tegelijk staat nu al vast dat de universiteiten de komende jaren veel nieuw personeel nodig hebben om onderzoekers die met pensioen gaan te vervangen. Een gunstige samenloop van omstandigheden? Nee, zo simpel is het niet.

Beleidsmakers wisten eigenlijk allang wat de universiteiten boven het hoofd hangt. Maar pas sinds twee jaar staat het onderwerp vergrijzing echt hoog op de universitaire agenda. Toen verscheen het rapport ?Talent voor de toekomst, toekomst voor talent? van de commissie-Van Vucht Tijssen. Door een naderende pensioengolf onder wetenschappelijk personeel dreigen er grote personeelstekorten, waarschuwde die commissie. Want tussen vóór 2008 gaat een kwart van het wetenschappelijk personeel met pensioen. Al in 2003 dreigen daardoor 1300 fulltime plaatsen onbezet te blijven. En als er niet ingegrepen wordt, nemen die tekorten alleen maar toe, tot 2900 onbezette plaatsen in 2008.

Die boodschap was niet nieuw. Want de universitaire personeelscijfers lieten het al jaren zien. Tien jaar lang steeg het percentage van het universitair personeel dat 50 jaar of ouder is jaar in jaar uit zonder onderbreking met gemiddeld één procent per jaar. De meest recente cijfers, verzameld door de vereniging van universiteiten VSNU, betreffen de situatie per 31 december 2000. Op dat moment was bijna 29 procent van het personeel vijftig jaar of ouder. Elf jaar eerder lag dat percentage nog op achttien.

Uiteraard zijn er grote verschillen tussen de categorieën personeel. Zo is van de hoogleraren bijna tweederde ouder dan vijftig. Iets minder voor de hand liggend is het dat ook tussen mannen en vrouwen verschillen bestaan; van de mannen is ruim 33 procent ouder dan vijftig, voor de vrouwen geldt dat maar voor ruim achttien procent. Het meest opmerkelijk zijn de grote verschillen tussen de universiteiten onderling. Aan de Universiteit Maastricht ligt het aandeel van de vijftigplussers op slechts een kleine zeventien procent; het meest vergrijsd is de Universiteit van Amsterduim 38 procent vijftigplussers. 

 

Vergrijzing per universiteit--percentage personeel ouder dan vijftig

Universiteit van Amsterdam

38,43

Vrije Universiteit

35,42

Wageningen Universiteit

32,52

Open Universiteit Nederland

30,78

Technische Universiteit Delft

29,31

Universiteit Leiden

29,27

Katholieke Universiteit Nijmegen

29,04

Rijksuniversiteit Groningen

27,97

Universiteit Utrecht

27,30

Technische Universiteit Eindhoven

26,88

Erasmus Universiteit Rotterdam

23,27

Katholieke Universiteit Brabant

23,01

Universiteit Twente

21,47

Universiteit Maastricht

16,78

Desondanks is de vergrijzing voor de gehele universitaire wereld een probleem. De commissie-Van Vucht Tijssen waarschuwde destijds dat personeelstekorten alleen te voorkomen zijn als de universiteiten op grote schaal jonge onderzoekers binnenhalen. Dat lijkt op het eerste gezicht goed nieuws voor al die twintigers en dertigers die staan te popelen om in de wetenschap aan de slag te gaan of te blijven. Maar zo simpel is het niet. Want de vertrekkende wetenschappers bezetten vooral de hogere rangen, hoogleraar of universitair hoofddocent. Maar de aio?s, oio?s en postdocs die langs de zijlijn klaar staan, zijn misschien wel talentvol, maar hebben nog niet genoeg ?wetenschappelijk kapitaal? opgebouwd om die ervaren mensen te vervangen.

De universiteiten plukken zo de wrange vruchten van het kortzichtige personeelsbeleid dat zij al zeker een decennium gevoerd hebben. Want de pensioengolf die nu nadert, konden zij uiteraard jaren geleden al zien aankomen. Desondanks hebben zij nagelaten te investeren in wetenschappelijke nageslacht. Ze kozen ervoor vooral veel aio?s en postdocs aan te stellen. Die zijn immers productief, en elk proefschrift levert een universiteit bovendien geld op. Maar uitgerekend deze personeelscategorieën vertrekken vaak na afloop van hun contractperiode. Hadden de universiteiten destijds ook ruimte gemaakt voor wetenschappers met een vaste aanstelling in wat hogere rangen, dan hadden de opvolgers van de vertrekkende hoogleraren en hoofddocenten nu klaar gestaan.

Er moet nu dus een enorme inhaalslag gemaakt worden, adviseerde Van Vucht Tijssen al. Talentvolle aio?s en postdocs die al in dienst zijn van de universiteit moeten koste wat het kost aan het werk gehouden worden - ook als er nog geen plaatsen voor hen vrijkomen. Want als over een paar jaar de grote gaten vallen, hebben zij elke talentvolle onderzoeker hard nodig. Volgens Van Vucht Tijssen moet jong talent dan maar náást zittende wetenschappers aangesteld worden. Daar is veel geld voor nodig, volgens de commissie zo?n 140 miljoen gulden (63 miljoen euro) per jaar.

Het rapport van Van Vucht Tijssen is niet zonder gevolgen gebleven. De eerste maatregelen stammen zelfs al voor de verschijning van het rapport. Want vijf jaar geleden al zijn de eerste Van der Leeuw-hoogleraren aangesteld. Dat zijn hoogleraren die werden aangesteld naast zittende hoogleraren van wie het vertrek in zicht is. Deze ?dakpanconstructie? was nog bedacht door toenmalig minister van OcenW Jo Ritzen en werd betaald door het ministerie, NWO en de universiteiten. Inmiddels zijn sommige universiteiten op eigen houtje doorgegaan met zo?n dakpanconstructie.

Een paar maanden na het verschijnen van Van Vucht Tijssens rapport beloofde minister Loek Hermans veertig miljoen gulden (achttien miljoen euro) uit te trekken om de wetenschap aantrekkelijker te maken voor jongeren. Dat geld is vooral gaan zitten in het verhogen van de aio-salarissen.

De belangrijkste maatregel is echter het opzetten van de zogeheten Vernieuwingsimpuls. Die biedt jonge onderzoekers de kans naar eigen inzicht onorthodox, vernieuwend onderzoek te doen met een budget van ongeveer zo?n 130.000 euro per jaar. Het geld daarvoor - een kleine zeventig miljoen euro per jaar - is vrijgemaakt door NWO, universiteiten en ministerie van Onderwijs. Inmiddels zijn 96 onderzoekers met geld uit de Vernieuwingsimpuls aan de slag gegaan. Dit jaar wordt dit programma verder uitgebreid en komen niet alleen jonge onderzoekers ervoor in aanmerking, maar ook postdocs en mensen die ?professorabel? geacht worden.

De meeste universiteiten hebben ook zelf maatregelen genomen. De Technische Universiteit Delft heeft bijvoorbeeld de Antoni van Leeuwenhoek-leerstoelen ingesteld. Dat is een plek voor hoogleraren zonder leerstoel, bedoeld voor universitair hoofddocenten die anders vanwege gebrek aan loopbaanperspectief dreigen te vertrekken. Om de doorstroming te bevorderen heeft de Erasmus Universiteit Rotterdam zich ten doel gesteld dat 15 tot 25 procent van alle nieuwe medewerkers na vijf jaar van functie wisselt. Veel maatregelen zijn echter nog maar net genomen of worden nu in pilots getest. Het is nog te vroeg om conclusies te trekken over het effect ervan.

NL Job Market News is een serie van Next Wave over recente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt voor academici in Nederland. De serie is mede mogelijk gemaakt door steun van SoFoKleS, het Sociaal Fonds voor de KennisSector.