Vorige maand zijn ze vastgesteld door de vereniging van universiteiten VSNU, volgend voorjaar worden ze ingevoerd: de nieuwe functieprofielen voor al het wetenschappelijk personeel van de universiteiten. Als het goed is, levert dat wetenschappers meer duidelijkheid op over het verloop van hun loopbaan.

Alles bij elkaar werken er zo'n 54.000 medewerkers aan de Nederlandse universiteiten. Zij werken met niet minder dan 20.000 verschillende functieomschrijvingen. Daarmee kunnen de universiteiten niet meer uit de voeten, niet alleen vanwege het enorme aantal functies, maar ook omdat de omschrijvingen vaak verouderd zijn. Ze stammen namelijk nog uit de tijd dat voor universitaire medewerkers dezelfde arbeidsvoorwaarden golden als voor ambtenaren aan een ministerie. Sinds de universiteiten in 1994 hun eigen arbeidsvoorwaarden hebben, zijn de geldende omschrijvingen niet meer aangepast.

Dat er daarom een nieuw functieordeningssysteem moest komen, werd al in 1999 vastgelegd, in een convenant tussen het ministerie van Onderwijs, de universiteiten en de vakbonden. Bonden en werkgevers hebben daarvoor een systeem gekozen dat gebaseerd is op de inzichten van de consultants van de HayGroup. De voorbereidingen zijn nu bijna afgerond. De nieuwe functieprofielen voor het wetenschappelijk personeel liggen al klaar; begin volgend jaar worden ook de profielen voor het ondersteunend en beheerspersoneel vastgesteld. Vanaf april 2003 worden die nieuwe functieprofielen aan alle universiteiten ingevoerd. Het aantal functieprofielen zal dan teruggebracht worden tot 150 à 200.

De grootste sanering vindt plaats op het gebied van het obp, want verreweg het grootste deel van de huidige 20.000 functieomschrijvingen slaat op die personeelscategorie. Toch zal de nieuwe functieordening ook voor het wetenschappelijk personeel grote gevolgen hebben - zo is althans de bedoeling. Dat heeft niet te maken met het aantal functies, want de hoofdlijnen van de huidige structuur - van promovendus tot en met hoogleraar - veranderen niet. Maar de aard van de functieomschrijvingen verandert wel.

Een belangrijk uitgangspunt van de Hay-methode is de vraag: wat draagt een bepaalde functie bij aan de doelstellingen van een organisatie? Die vraag wordt ook de richtlijn bij de nieuwe universitaire functieordening. De nieuwe functieprofielen worden dan ook niet beschreven aan de hand van de taken die iemand moet uitvoeren, maar aan de hand van resultaten die van iemand in een bepaalde functie worden verwacht. De omschrijving van de taken 'onderwijs geven en onderzoek doen' is straks dus niet meer genoeg; een functieprofiel bevat ook een aanduiding van de doeleinden waarop onderwijs en onderzoek gericht zijn.

De grote winst die universiteitsbestuurders van deze resultaatgerichte aanpak verwachten, is dat die een enorme stimulans oplevert voor functioneringsgesprekken. Die krijgen straks een heel duidelijke inhoud. "Zijn de doelstellingen gehaald? Waarom wel of niet? Wat is ervoor nodig om ze in de toekomst te halen? Dat zijn de vragen die straks in zo'n gesprek aan de orde komen", zegt Theo Peperkamp, als hoofd cao-zaken van de VSNU nauw betrokken bij de ontwikkeling van de nieuwe functieordening.

Belangrijk voor met name jonge wetenschappers is ook dat de nieuwe functieordening meer zicht biedt op de loopbanen die binnen de universiteit te volgen zijn. De nieuwe profielen vertonen namelijk onderling meer samenhang dan de huidige omschrijvingen, en daardoor wordt ook duidelijk hoe de ene functie op de andere volgt. In een nieuwsbrief over de nieuwe functieordening die binnenkort verschijnt, zegt bestuursvoorzitter Noomen van de Vrije Universiteit het zo: "Tegen jonge wetenschappers die nu universitair docent zijn, kun je straks zeggen: als je hoogleraar wilt worden, moet je binnen die en die termijn aan die en die criteria voldoen. Die helderheid ontbreekt nu."

De nieuwe functieordening voor het wetenschappelijk personeel is inmiddels bij wijze van proef op papier hier en daar al ingevoerd. Leidinggevenden van een aantal faculteiten en onderzoeksinstituten zijn aan het werk gegaan met het materiaal dat Hay geleverd had, met de vraag of hun personeel inderdaad in de nieuwe profielen in te delen was en of er misschien aanpassingen nodig waren. In die proefindeling bleek dat de nieuwe functieordening ook op een onverwachte manier winst kan opleveren: faculteiten en instituten stuitten op nogal wat achterstallig onderhoud in hun personeelsbeleid, en het invoeren van de nieuwe ordening dwingt hen dat aan te pakken.

Zo kwam het nogal eens voor dat medewerkers sinds het tijdstip van hun aanstelling heel andere werkzaamheden zijn gaan verrichten, zonder dat hun functieomschrijving ooit was aangepast, soms zelfs zonder dat hun leidinggevende daarvan op de hoogte was. Universitair docenten bleken soms in feite het werk van hoofddocenten te doen. De universiteiten hebben onderling afgesproken dat zulke mensen in de nieuwe functieordening worden ingedeeld op grond van hun huidige werk, en niet op grond van hun - verouderde - functieomschrijving. Die afspraak kan een aantal medewerkers dus promotie opleveren.

Het tegenovergestelde kan uiteraard ook voorkomen: medewerkers die in werkelijkheid minder blijken te doen dan ooit voor hen was vastgelegd. Die worden op een lager niveau ingedeeld. Dat zal niemand leuk vinden, maar gevolgen voor het salaris heeft het niet. Want die belofte hebben de vakbonden afgedwongen: geen enkele werknemer zal er door de invoering van de nieuwe functieordening op achteruit gaan. En dat geldt niet alleen voor het huidige salaris, maar ook voor de vooruitzichten die iemand heeft volgens de geldende salarisschalen.

Hoe dan ook kan elke afzonderlijke medewerker - van aio tot hoogleraar, van bibliothecaris tot portier - verwachten dat er komend voorjaar met hem of haar gesproken wordt over zijn werkzaamheden en hoe die in de nieuwe profielen passen. Personeelsfunctionarissen die de invoering van de nieuwe ordening voorbereiden, hopen alleen al daarom op "een enorme impuls voor de aandacht voor de individuele medewerker", zoals een van hen het in de eerder aangehaalde nieuwsbrief zegt.

Het belangrijkste knelpunt voor aio's en postdocs - het gebrek aan vooruitzichten op een vaste baan - wordt door de nieuwe functieordening niet opgelost. Inderdaad, geeft Peperkamp toe, "maar je moet de nieuwe functieordening ook niet zien als panacee voor alle problemen in het personeelsbeleid. Het is aan de universiteiten zelf de nieuwe ordening in te zetten voor hun eigen beleid. Gaan zij het formatiebeginsel afschaffen waarin vastligt hoeveel mensen er per functie aangesteld kunnen worden? Voeren zij op een andere manier loopbaanbeleid? Dat zijn vragen die zij zelf moeten beantwoorden."

NL Job Market News is een serie van Next Wave over recente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt voor academici in Nederland. De serie is mede mogelijk gemaakt door steun van SoFoKleS, het Sociaal Fonds voor de KennisSector.