Het is hoog tijd om eens goed na te denken over de gevolgen die de bachelor-masterstructuur heeft voor het promotietraject. Dat vindt het Landelijke Aio en Oio Overleg. Het LAIOO vreest dat de rechtspositie van promovendi zal verslechteren en de keus voor een carrière in de wetenschap nog minder aantrekkelijk zal worden.

Er gebeurt van alles rond het promotiestelsel in Nederland. De Universiteit van Amsterdam voerde vorig jaar al een driejarig promotietraject voor zogeheten junior-onderzoekers in. In Maastricht verwacht men dat het aio-stelsel "over drie jaar ter ziele" is, aldus het plaatselijke universiteitsblad Observant. En in Nijmegen worden vanaf 1 januari aanstaande al geen aio's meer aangesteld, maar junior-onderzoekers met een vier- of vijfjarig contract.

Maar over de afstemming van het promotietraject op de bachelor-masterstructuur zijn nog nergens beslissingen genomen. Hoe wordt straks de op wetenschappelijk onderzoek gerichte variant van de masteropleiding ingericht? En hoe sluit het promotietraject daar vervolgens op aan? Aan veel universiteiten moet de discussie over deze vragen nog op gang komen. Het LAIOO is niet gerust op de uitkomsten.

Tweejarige onderzoeksmasters?

De discussie gaat allereerst over de duur van de onderzoeksmasters. In de bèta- en technische hoek ligt dat simpel. Die studies duren immers al vijf jaar, en na een driejarig bachelor is er dus tijd voor een onderzoeksmaster van twee jaar. Maar de commissie-Cohen, die zich vorig jaar op verzoek van de gezamenlijke universiteiten over de cursusduur van masteropleidingen boog, adviseerde ook in de alfa- en gamma-hoek tweejarige onderzoeksmasters op te zetten. Ook de commissie-Reneman sloot zich daarbij aan, in een advies over topmasters dat zij vorige maand uitbracht aan staatssecretaris Nijs: onderzoekmasters moeten "bij voorkeur" tweejarig zijn. Veel universiteiten lijken het daar mee eens te zijn en ook het LAIOO is daar op zich niet tegen.

Maar daar beginnen meteen de problemen. Want een tweejarige masteropleiding in de alfa- en gamma-hoek betekent een studieduurverlenging van één jaar. De vraag is uiteraard: wie gaat dat betalen? De universiteiten hopen op het Nationaal Accreditatie Orgaan dat officieel op 1 januari van start gaat. Als dat NAO de kwaliteit van de tweejarige onderzoeksmasters in orde vindt, komt het ministerie van Onderwijs uiteindelijk wel met geld over de brug, hoopt men. Maar een toezegging daarover heeft het ministerie nog niet gedaan.

Maar, zegt George Mulder, beleidscoördinator academische zaken van de Rijksuniversiteit Groningen, "het behoort tot de kerntaken van de overheid om te zorgen voor een adequate stroom onderzoekers. Laten we er nu eens van uit gaan dat de overheid doet wat ze moet doen. Het gaat niet om studiefinanciering voor een betrekkelijke kleine groep studenten, veel geld is het niet." En als de overheid onverhoopt toch weigert te betalen? De universiteiten schuiven dat probleem nog even voor zich uit. "Waar creativiteit is, is een weg", stelt de Universiteit Maastricht welgemoed in een notitie.

Consequenties

Maar dat geld is niet de allereerste zorg van het LAIOO. Het vreest echter wel voor de consequenties van tweejarige onderzoeksmasters. Aan een aantal universiteiten wordt namelijk serieus overwogen dat extra jaar studie af te halen van het eigenlijke vierjarige promotietraject. De voorbereidingen op het promotie-onderzoek zouden kunnen 'indalen' in de onderzoeksmaster, vindt bijvoorbeeld ook de commissie-Reneman. Dat wil zeggen dat in de masterfase veel wordt gedaan aan de opleiding tot onderzoeker of dat er zelfs al gewerkt kan worden aan een onderzoeksvoorstel. Gebeurt dat, zo wordt aan een aantal universiteiten gedacht, dan moet het mogelijk zijn vervolgens niet in vier, maar in drie jaar te promoveren. Dat tijdsduur vanaf het begin van de studie tot en met de promotie kan dan gelijk blijven, namelijk acht jaar.

Over deze gedachtengang heeft het LAIOO grote twijfels. "Met een betere voorbereiding kan het eigenlijke onderzoek misschien inderdaad sneller", geeft LAIOO-voorzitter Ingrid Giebels toe. "Maar als je bedenkt dat er nu maar zeven procent van alle aio's in vier jaar promoveert, dan lijkt een stap van vier naar drie jaar te groot. Dat zie ik niet gebeuren."

Een opzet met een tweejarige onderzoeksmaster en een driejarig promotietraject heeft nog meer consequenties waar het LAIOO beducht voor is. Allereerst voor de rechtspositie van de jonge onderzoeker. Wie wil promoveren, blijft in deze opzet een jaar langer student en is dus een jaar korter werknemer. Maar van een student kan de universiteit uiteraard makkelijker af dan van een werknemer. En het salaris dat een beginnende aio ontvangt, is weliswaar nog steeds niet hoog, maar wel meer dan waar de meeste studenten mee rond moeten komen. De jonge onderzoeker is dus slechter af.

Aansluitingmaster - promotie

Het LAIOO vreest ook inhoudelijke problemen. Wie zich aan de ene universiteit in zijn onderzoeksmaster voorbereidt op een promotie, kan dat promotie-onderzoek waarschijnlijk niet zo eenvoudig aan een andere universiteit uitvoeren. De flexibiliteit voor afgestudeerde masters neemt dus drastisch af. "Bovendien dwingt deze opzet studenten al aan het eind van hun bachelorfase ervoor te kiezen om verder te gaan in de wetenschap", zegt Giebels. "Maar de ervaring leert dat studenten nu pas in de eindfase van hun studie, als ze zelf iets aan onderzoek gaan doen, de keus voor de wetenschap maken. Als je studenten forceert die keus eerder te maken, zou het wel eens nog moeilijker worden om promovendi te vinden."

Giebels vraagt zich sowieso af welke gevolgen de invoering van een tweejarige onderzoeksmaster heeft voor het keuzegedrag van studenten. "Als ze straks de keus hebben tussen een eenjarige en een tweejarige master, die dezelfde titel opleveren, dan kiezen veel studenten waarschijnlijk voor de kortste weg." Nóg minder aantrekkelijk wordt een onderzoeksmaster als ook studenten met een andere mastertitel op zak toegelaten kunnen worden tot een promotietraject, zoals een aantal universiteiten overweegt. "Het is allemaal heel onduidelijk hoe dat zal uitpakken", aldus Giebels.

Een rondetafeldiscussie over dit onderwerp, begin november, leverde weinig duidelijkheid op. Of het moest de constatering zijn dat Nederlandse promovendi niet naar Engeland hoeven te kijken voor een voorbeeld. De Britse tegenhanger van het LAIOO vertelde dat studenten daar hun Ph.D-programma vaak naast een masterstudie doen. "De verschillen in Europa zijn groot", aldus Giebels. "Als je daar rekening mee wilt houden, wordt het nog ingewikkelder."

NL Job Market News is een serie van Next Wave over recente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt voor academici in Nederland. De serie is mede mogelijk gemaakt door steun van SoFoKleS, het Sociaal Fonds voor de KennisSector.