A llochtone academici zijn aan de Nederlandse universiteiten sterk ondervertegenwoordigd. Als dat niet verandert, missen de universiteiten kansen om hun wetenschappelijke rangen gevuld te houden als de naderende pensioengolf straks gaten slaat in hun personeelsbestand. Dat staat in een rapport over allochtonen die werkzaam zijn in wetenschappelijk onderwijs en onderzoek

"Een aantal jaren geleden was je echt bijzonder aan de universiteit. 'Turks en studeren?' dat soort reacties kreeg je wel. Vaak moest ik er wel om lachen, het was of we een bedreigde diersoort waren. Ik heb het nooit als een belemmering ervaren. Maar ik dacht: goed, ik ben bijzonder en dat zullen jullie weten ook."

Dit citaat van een allochtone academicus staat opgetekend in het rapport 'Kleurrijk talent' van het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies (IMES) van de Universiteit van Amsterdam. In dat rapport brengen vier IMES-onderzoekers de positie van allochtone academici aan de universiteiten in kaart. De universiteiten laten allochtoon talent verloren gaan, zo concluderen zij, en om dat te voorkomen is beleid nodig. De universiteiten zouden bijvoorbeeld mentoren voor talentvolle allochtone studenten moeten aanstellen. Ook studentassistentschappen en masterclasses kunnen helpen allochtonen te werven voor de wetenschap. En om op de hoogte te blijven van hoe het allochtone academici vergaat, moet systematisch informatie verzameld worden.

Naar de positie van allochtone academici aan de universiteiten was niet eerder onderzoek gedaan. Het belang van zo'n onderzoek stond voor opdrachtgever NWO buiten kijf. Door de vergrijzing dreigen binnen afzienbare tijd enorme tekorten aan personeel. De universiteiten kunnen het zich alleen al daarom niet veroorloven een groep potentiële werknemers mis te lopen. Daar komt nog bij dat een divers samengestelde staf de kwaliteit van onderwijs en onderzoek ten goede kan komen. Diversiteit kan tot nieuwe wetenschappelijke invalshoeken leiden en vergroot de wetenschappelijke netwerken. Ook trekt een deels allochtone staf misschien meer allochtone studenten.

Het belang van diversiteit binnen de rangen van het wetenschappelijk personeel is onomstreden, zo bleek uit gesprekken die de IMES-onderzoekers voerden met een aantal universitaire personeelsfunctionarissen. Toch voeren de universiteiten niet of nauwelijks beleid dat die diversiteit bevordert. Sterker nog, zes van de veertien universiteiten voldoet zelfs niet aan de verplichting van de wet Stimulering Arbeidsdeelname Minderheden (SAMEN) om jaarlijks in een verslag te inventariseren hoe het gesteld is met de etnische samenstelling van hun personeel. Ook de acht andere boden slechts onvolledige of onbetrouwbare cijfers.

DEFINITIE

De eerste opgave voor de onderzoekers was uit te zoeken hoeveel allochtone academici er aan de universiteiten werken en in welke functie. Dat is slechts bij benadering gelukt. Aan vier universiteiten (in Amsterdam, Rotterdam Utrecht en Twente) werd een enquête per e-mail gehouden. Die leverde een goede respons op, maar omdat de respons van allochtonen veel hoger was dan die van autochtonen, leverde die geen harde cijfers op over het aandeel van allochtonen in het personeelsbestand. "Ergens tussen de 26 en 8,7 procent, waarschijnlijk dichter bij het laatste", aldus het rapport. Van de hele Nederlandse bevolking is zo'n achttien procent allochtoon. De onderzoekers concluderen daarom dat de universiteiten - ook in vergelijking met hun regio - weinig allochtone werknemers hebben. Die zijn bovendien onevenredig veel in de lagere rangen te vinden.

De IMES-onderzoekers hanteren overigens in navolging van het Centraal Bureau voor de Statistiek een ruime definitie van het begrip allochtoon. Volgens die definitie is ieder die niet in Nederland geboren is of van wie één van de twee ouders in het buitenland geboren is allochtoon - zoals dus ook prinses Maxima en prins Willem-Alexander. In feite is het begrip 'allochtone academicus' een verzamelbegrip waarachter grote verschillen schuil gaan, niet alleen wat betreft afkomst, maar ook qua wetenschappelijke ambitie en positie aan de universiteit.

Enerzijds zijn er de buitenlandse academici die naar Nederland komen in het kader van hun wetenschappelijke loopbaan. Die maken de helft uit van de groep allochtonen die meewerkte aan de e-mail-enquête. Zij brengen hun eigen academische en culturele bagage mee. Uit de enquête blijkt daarnaast dat zij vaak jong zijn en een dienstverband als aio of postdoc hebben. Of zij op termijn in Nederland blijven, is hoogst onzeker.

Een volstrekt andere groep is die van de de tweede-generatie-allochtonen die al hun hele leven in Nederland wonen en van degenen die elders zijn geboren, maar in Nederland de middelbare school hebben doorlopen. Deze groep is te vinden in alle leeftijdscategorieën en wijkt ook qua aanstelling weinig af van de autochtone academici. Ten slotte is er nog de groep van de 'laatkomers', mensen die alleen hun universitaire studie in Nederland hebben gevolgd, zoals vluchtelingen. Onder hen bevinden zich opvallend veel vrouwen.

De allochtone ondervraagden in de e-mail-enquête waren afkomstig uit 78 verschillende landen. Ongeveer de helft van hen was van Europese herkomst. Opmerkelijk genoeg was het aandeel van de grootste doelgroepen van het minderhedenbeleid (Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen) onder de allochtone academici maar zeer bescheiden.

BIJZONDERE GROEP

Met name op vertegenwoordigers van deze vier minderheden richtte zich het tweede deel van het IMES-onderzoek. Daarin wordt nagegaan hoe deze academici aan de universiteit zijn terechtgekomen en hoe het hun vervolgens is vergaan. Daartoe werden gesprekken gevoerd met veertig allochtonen. "Een bijzondere groep academici", stellen de onderzoekers vast. Zij moesten vaak ook figuurlijk van ver komen, vooral omdat een academische loopbaan voor hen niet erg voor de hand lag. Steun van ouders hebben veel ondervraagden vooral in de tijd van de basisschool ervaren; daarna moesten velen het meer hebben van broers en zussen. Doorzettingsvermogen en ambities kenmerken degenen die uiteindelijk een baan in de wetenschap wisten te verwerven, denkt het IMES.

Eenmaal in dienst van de universiteit doen allochtone academici overigens ervaringen op die sterk lijken op wat ook hun autochtone collega's meemaken. De moeite die het kost om een vaste aanstelling te krijgen, de matige salarissen, de tekortschietende promotiebegeleiding, maar ook het plezier in het werk en de vrijheid om dat naar eigen inzicht te doen - het zijn verhalen die in vrijwel elk onderzoek naar de werkervaringen van (jonge) academici terugkomen.

Toch werden er tijdens het IMES-onderzoek ook opmerkingen gemaakt die op specifiek allochtone ervaringen slaan. Zo waren er nogal wat mensen die wijzen op het feit dat de universitaire staf in het algemeen wel erg 'wit' is. "En dat willen ze ook graag zo houden", zo zei iemand het. "Het is een elitecultuur, van buiten kom je er niet in en kun je het niet beïnvloeden. De universiteit is een wereld van blanken, daar moeten allochtonen zich aan aanpassen."

NL Job Market News is een serie van Next Wave over recente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt voor academici in Nederland. De serie is mede mogelijk gemaakt door steun van SoFoKleS, het Sociaal Fonds voor de KennisSector.