Hoe graag postdocs ook verder willen in de wetenschap, toch doen zij er goed aan een baan buiten de universiteit niet uit te sluiten. Het is in elk geval niet verstandig om eindeloos de ene postdoc-functie op de andere te stapelen. Dat brengt een vaste baan in de wetenschap namelijk lang niet altijd dichterbij, terwijl het vinden van een baan elders er wel lastiger door wordt.

Dat valt te lezen in een onderzoeksrapport van het Leidse bureau Research voor Beleid over de loopbaanpositie van postdocs. Ruim vier jaar geleden bracht dat bureau daar ook al een rapport over uit. Het nieuwe van het recente onderzoek is daarin ook de opvattingen van universitaire beleidsmakers in kaart zijn gebracht. Research voor Beleid ondervroeg namelijk personeelsfunctionarissen en onderzoeksleiders aan vijf universiteiten én beleidsmakers van KNAW en NWO over hun postdoc-beleid.

De resultaten zullen veel postdocs waarschijnlijk niet vrolijk stemmen. Want terwijl vrijwel alle postdocs een vaste baan in de wetenschap als de meest logische vervolgstap in hun loopbaan zien, denken universitaire beleidsmakers dat zo'n baan voor de meeste postdocs uiteindelijk niet is weggelegd. Volgens een van de geïnterviewden komt zelfs niet meer dan één op de tien postdocs in aanmerking voor een vaste aanstelling.

Die beperkte doorstroom naar vaste functies is een probleem, erkennen de ondervraagden. Een deel van de postdocs zelf zou dat probleem het liefst opgelost zien door een uitbreiding van het aantal vaste banen. Maar daar zien de beleidsmakers niets in. Zij zijn bang dat zij dan "de boel dichttimmeren", zoals wie eenmaal een geïnterviewde het uitdrukte. Want een te grote vaste staf maakt het moeilijk om in te springen op nieuwe trends of om bezuinigingen op te vangen.

Veel postdocs lossen het probleem voor zichzelf op door na afloop van het ene postdoc-contract dan maar een nieuwe postdoc-aanstelling te aanvaarden. Maar ook daarover zijn de ondervraagde beleidsmakers niet enthousiast. Wie maar postdoc-aanstellingen blijft stapelen, doet zijn loopbaanperspectieven geen goed, zeggen zij. Postdocs zijn immers specialisten en hoe meer postdoc-functies iemand stapelt, hoe meer hij een 'kokervisie' ontwikkelt. Dat brengt een baan binnen de universiteit niet dichterbij en maakt het zoeken naar ander werk lastiger. "Als een postdoc zijn veertigste nadert", concludeerde een ondervraagde, "is het verstandig te stoppen met het stapelen van aanstellingen. Als je dan nog geen positie hebt verworven aan de universiteit, ben je niet voldoende geschikt. Met het stapelen van postdocs werk je dan niet langer aan je carrière."

Wat zouden postdocs dan wel moeten doen? Volgens de personeelsfunctionarissen en onderzoeksleiders die Research voor Beleid ondervroeg, doen zij er goed aan een loopbaan buiten de wetenschap niet uit te sluiten. Postdocs moeten in elk geval goed geïnformeerd worden over hun kansen op een vaste wetenschappelijke baan, zowel op het moment van hun aanstelling als in functioneringsgesprekken. En voor wie niet verder kan in de wetenschap moeten loopbaanoriëntatie en sollicitatietraining beschikbaar zijn.

Postdocs in Cijfers

Research voor Beleid ondervroeg ook, net als vier jaar geleden, de postdocs zelf. Het bureau wilde weten hoe hun loopbaan er tot nu toe uit ziet en welke ambities zij hebben. Daarom ondervroegen de onderzoekers ruim vierhonderd postdocs, afkomstig van alle Nederlandse universiteiten. Volledig representatief waren die vierhonderd niet (uit de hoek van het recht kwam maar één reactie), maar de onderzoekers denken toch een tamelijk getrouw beeld te kunnen geven.

In vergelijking met vier jaar geleden valt een aantal zaken op. Allereerst is dat de stijging van het aandeel vrouwen onder de postdocs. Was dat vier jaar geleden nog een kwart, inmiddels is dat gestegen tot 36 procent. Nog een opvallend gegeven betreft de financiering van postdoc-aanstellingen. In 1998 werden vier van de tien postdocs betaald door de universiteit zelf, nu is dat nog maar twee van de tien. Tegelijkertijd steeg het aantal postdocs dat betaald wordt uit de tweede geldstroom en door opdrachtgevers van buiten de universiteit (de derde geldstroom).

Uit de gegevens over de huidige postdocs blijkt ook dat de adviezen van de universitaire beleidsmakers tot nu toe nog door lang niet iedereen ter harte worden genomen. Dat blijkt onder meer uit de leeftijdscijfers. Gemiddeld is de huidige postdoc 35 jaar - op zich niets bijzonders -, maar in de hoek van taal en cultuur is 31 procent van de postdocs 42 jaar of ouder. Ook een zesde van sociale wetenschappers brengt het advies om na je veertigste ander werk te zoeken niet in de praktijk.

Ook met het stapelen van postdoc-functies is het nog niet afgelopen. Integendeel, het komt zelfs duidelijk vaker voor dan vier jaar geleden. Van alle postdocs heeft nu 45 procent al meerdere aanstellingen als postdoc achter de rug. In 1998 lag dat percentage nog op veertig. Nog sterker is de stijging van het aantal postdocs dat drie of meer aanstellingen gestapeld heeft. Nu is dat een kwart, en dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van vier jaar geleden. Vooral in de hoek van de economie nam het stapelen enorm toe: in 1998 had slechts tien procent meerdere aanstellingen, nu is dat 46 procent.

De ambities van veel postdocs zijn nog weinig beïnvloed door de beperkte mogelijkheden. Verreweg de meeste postdocs (84 procent) hadden, toen zij aan hun huidige baan begonnen, de ambitie om ook op de langere termijn in de wetenschap te blijven werken. Ruim een kwart kan zich zelfs eigenlijk geen carrière buiten de universiteit voorstellen. Bijna een derde geeft aan uiteindelijk wel hoogleraar te willen worden. Zolang dat er niet inzit, is een nieuwe contractperiode als postdoc voor velen nog aanvaardbaar: zestig procent van de postdocs wil in de toekomst nog wel een postdoc-functie. Dat geldt zelfs voor mensen die al met hun vierde postdoc-contract werken.

Als postdocs dan toch moeten kiezen voor een baan buiten de universiteit, dan wil tweederde het liefst voor een non-profitinstelling werken. Het bedrijfsleven en de overheid volgen op dat voorkeurslijstje op enige afstand. Veelzeggend voor de gehechtheid aan onderzoek is echter dat maar liefst 85 procent ook bij een baan buiten de universiteit in eerste instantie denkt aan een onderzoeksfunctie. 'Beleid' en 'management' volgen op grote achterstand als gewenste bezigheid.

NL Job Market News is een serie van Next Wave over recente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt voor academici in Nederland. De serie is mede mogelijk gemaakt door steun van SoFoKleS, het Sociaal Fonds voor de KennisSector.