THE PHD-DOCTOR INDEX

This is the first part of a series that will offer PhD students hands-on advice on how to deal with the hurdles and challenges of a PhD project. The series is written by Herman Lelieveldt and is based on excerpts from his book " Promoveren - Een wegwijzer voor de beginnend wetenschapper".

Het schrijven van een proefschrift is een perfect voorbeeld van wat Duitsers een 'Elefantenziel' noemen. Het is een beangstigend groot doel dat we het liefst zo ver mogelijk van ons vandaan houden, zodat het klein blijft en nooit bedreigend wordt. Aan het begin van het project gaat dat met een zekere zorgeloosheid.

Voltijdse promovendi ervaren de vier jaar die ze voor de promotie hebben in eerste instantie als een eeuwigheid. Die zorgeloosheid maakt bij de meeste promovendi na anderhalf à twee jaar plaats voor een knagende onrust. Er ligt nog maar zo weinig dat het verstandiger is om de einddatum van de aanstelling simpelweg te vergeten.

Modulair werken

Een proefschrift is een te abstract en veelomvattend ding om als enige doel te kunnen dienen voor de vier of meer jaar die je voor de promotie hebt. Wie greep op het onderzoek wil krijgen moet het project in stukken hakken. Dat lukt door modulair te werken. De modules vormen de stepping stones waarover je naar de eindbestemming kan springen. In plaats van je blind te staren op het abstracte en ongrijpbare resultaat dat ver achter de horizon ligt (het boek), richt de aandacht zich op deze tussengelegen doelen. Het onderzoek bestaat dus uit een verzameling modules die als bouwstenen voor je proefschrift zullen fungeren. Tijdens het bouwproces is het veel makkelijker om je op de afzonderlijke modules in plaats van het hele bouwwerk te richten.

Modules zijn duidelijk te identificeren tussentijdse taken die uitgevoerd moeten worden om het proefschrift tot stand te brengen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het uitwerken van de probleemstelling, het inventariseren van theoretische invalshoeken, het ontwerpen van een nieuw model, of het verzamelen en analyseren van gegevens. Het resultaat daarvan kan het beste op schrift worden gesteld, want het uiteindelijke doel - het proefschrift - zal ook uit geschreven tekst bestaan. De producten van het modulaire werken vormen zo vanzelf een goede basis voor het manuscript. Die schriftelijke vastlegging is natuurlijk ook nodig omdat je op basis daarvan commentaar kan krijgen en zo in staat bent het werk te verbeteren.

Het meest herkenbare resultaat van modulair werken is natuurlijk een proefschrift dat bestaat uit een aantal artikelen met een inleidend en een uitleidend hoofdstuk. In de bètawetenschappen en bij geneeskunde doet men al jaren niet anders. En ook in de economie, psychologie en sociologie wint deze benadering steeds meer terrein. Toch wordt er nog steeds heel smalend gedaan over de 'verzameling artikelen met een nietje erdoor'. Dat is niet terecht, want achter dit soort proefschriften gaat nu juist vaak een goed gestructureerd onderzoek schuil. Die structuur is altijd nodig, ook wanneer er een meeslepende monografie 'uit één stuk' geschreven wordt.

De eerste stap in het behapbaar maken van een onderzoek bestaat dan ook uit een inventarisatie van de voor het onderzoek noodzakelijke modules. Bepaal in overleg met begeleider en promotor wat er gedaan moet worden en hoe dat het beste kan worden vastgelegd. Deze modules vormen de bakens voor het onderzoek. Vervolgens is het zaak om een tijdsplanning te maken met daarin niet alleen ruimte voor het onderzoek, maar ook voor allerlei ander bezigheden.

Tijdsplanning

Het is natuurlijk onmogelijk om een spoorboekje te maken waarin van dag tot dag en op de minuut beschreven staat waar de promotietrein zal stoppen, maar er is wel een globale route uit te zetten.

Zaken voor de planning:

  • Schrijven/uitwerken probleemstelling

  • Opleiding: cursussen, summerschools, studieverblijf in het buitenland (v)

  • Onderwijs: lesgeven, werkgroepen begeleiden, scriptiebegeleiding (v)

  • Afspraken met begeleider, promotor, begeleidingscommissie

  • Datavergaring/veldwerk/archiefonderzoek

  • Analyse van gegevens

  • Congresbezoek en studiedagen

  • Aanvragen van (reis)beurzen

  • Herziening van papers, artikelen en hoofdstukken

  • Schrijven en herzien van het manuscript

  • Zoeken van drukker/uitgever en het drukklaar maken van het manuscript

  • Bestuurswerk en andere nevenactiviteiten

  • Vakantie

  • Onvoorzien

De tijdsplanning begint met een inventarisatie van de dingen je de komende vier jaar wilt en moet doen. In figuur 3 staat een aantal zaken waar je daarbij aan kunt denken. Het grootste deel heeft te maken met het onderzoek dat nodig is voor je proefschrift, maar er zullen ook andere bezigheden en verplichtingen zijn (onderwijs, bestuurswerk) waarvoor je tijd moet inruimen. Alles, behalve je vakantie, zal langer duren dan je denkt, dus het is verstandig om realistisch te begroten. Het spreekt vanzelf dat je het rijtje moet aanvullen met onderdelen die specifiek zijn voor jouw project.

In een tijdsplanning staan zowel de werkzaamheden aan het proefschrift als de andere dingen die er tijdens het onderzoeksproject spelen. Voor voltijdse promovendi gaat het met name om opleiding en onderwijs, terwijl buitenpromovendi op behendige wijze hun onderzoek moeten zien te combineren met hun werk en gezinsleven. Zet al die activiteiten op schrift en maak een bijpassend schema waarin de globale planning voor het hele onderzoek staat.

Zo'n schema laat niet alleen zien hoe lang iets zal duren, maar ook hoeveel verschillende activiteiten er tegelijk spelen. Zo is het in één oogopslag duidelijk of het werk op een bepaald moment niet te monotoon of juist te versnipperd is.


Figuur 1: Tijdschema proefschrift

In het begin van het project is het onderzoek nog niet zo uitgekristalliseerd en zal je relatief veel in literatuur aan het rondgrazen zijn. Dat is ook het moment om kennis en vaardigheden op het vereiste niveau te brengen met behulp van cursussen en de eerder genoemde summerschools. Omdat die je ook de vaardigheden geven om beter en sneller onderzoek te doen, is het goed om ze vroeg in het promotietraject te plannen: in het eerste of tweede jaar. Denk voor die beginfase ook aan andere cursussen die met de 'invoerzijde' van het onderzoek te maken hebben: timemanagement, management van onderzoekstrajecten, onderzoeksmethoden, wetenschapsfilosofie, en inhoudelijke verdiepingen. Dit vroege stadium van de aanstelling leent zich ook prima voor de voorbereiding op onderwijstaken: afhankelijk van het onderwijs, kun je in het eerste of tweede jaar de vaak verplichte cursus didactische vaardigheden, hoorcollege geven of werkgroepen geven volgen. Creëer dus een situatie waarin het onderzoek goed aangezwengeld wordt. Maak op basis van al deze zaken een eerste planning en bespreek die met de begeleider en promotor. Vraag ook collega's om advies.

Een goed proefschrift is niet alleen het resultaat van veel schrijven maar vooral ook van vel herschrijven. Wees daarom op voorbereid dat je door verschillende versies van je manuscript zult moeten voordat er een mooi proefschrift ligt.

Deze meerjarenplanning is vanzelfsprekend te globaal om het dagelijkse werk mee te structureren. In aanvulling hierop moet er dan ook nog een specifiekere maand- of kwartaalplanning komen. In deze planning staat veel preciezer wat er op welk moment gaat gebeuren. Het is verstandig om deze planning te combineren met de agenda. Zet er alle afspraken met de begeleider, cursusdata en collegetijden in. Hou ook rekening met werkoverleggen, studiedagen en andere verplichtingen. Wees realistisch: wie om tien uur een afspraak met zijn begeleider heeft, zal 's-ochtends niets aan het onderzoek kunnen doen. Plan daarom per dagdeel. Hou het weekend in principe vrij en gebruik het om andere leuke dingen te doen en je op te laden voor de nieuwe werkweek. De ervaring leert dat doorwerken in het weekend meestal tot een of meer verloren werkdagen in de week daarop leidt, omdat je onvoldoende uitgerust bent. Wie structureel te weinig rust neemt, loopt bovendien het gevaar om op te branden.

Herman Lelieveldt holds a postdoc position at the Faculty of Business, Public Administration and Technology of the University of Twente, and is the executive director of the Netherlands Institute of Government ( NIG). He is also author of the book "Promoveren - Een wegwijzer voor de beginnend wetenschapper" (Aksant, 2002, ISBN 90-5260-002-3).