Binnenkort kunnen er vijf ervaren postdocs aan de slag als onderzoeksleider. Dat is te danken aan het programma Akademiehoogleraren van de wetenschappelijke academie KNAW. In de komende jaren moet dat aantal groeien tot zo'n 25. Een druppel op een gloeiende plaat, dat weet ook de KNAW. Maar misschien brengt het anderen op een idee. Volgens het platform van postdocs is er echter iets heel anders nodig.

Het programma Akademiehoogleraren is allereerst bedoeld voor oudere hoogleraren. Die worden vaak grotendeels in beslag genomen door bestuurlijke taken en komen dus nauwelijks meer toe aan wetenschappelijk werk. "Vaak doen ze dat tegen heug en meug, onder druk van hun omgeving, omdat dat nu eenmaal de gang van zaken is", zegt KNAW-directeur Chris Moen. "Dat willen wij doorbreken. Want zo gaat er talent verloren voor de wetenschap zelf."

In het nieuwe KNAW-programma worden hoogleraren geselecteerd van 55 jaar en ouder van wie verwacht wordt dat zij nog een aantal jaren zeer productief kunnen zijn in de wetenschap. De KNAW gaat vijf jaar lang het salaris van die hoogleraren plus een onderzoeksbudget van 200.000 euro betalen. De universiteit waar de geselecteerde hoogleraar werkt, houdt daardoor geld over; dat moet besteedt worden aan een jonge, talentvolle onderzoeker die op termijn 'professorabel' is. Want dat is de tweede, even belangrijke doelstelling van het programma: de doorstroming van jonge onderzoekers naar leidinggevende posities bevorderen. De jonge onderzoeksleider hoeft echter niet in de voetsporen van de Akademiehoogleraar te treden, zegt Moen. "Integendeel, hij mag ook op een aanpalend terrein actief zijn of zich tegen zijn voorganger afzetten."

De eerste vijf Akademiehoogleraren zijn vorige maand benoemd, met als bekendste onder hen Nobelprijswinnaar Gerard 't Hooft. De komende jaren moeten er 25 Akademiehoogleraren komen, en daarmee ontstaan er dus 25 nieuwe plaatsen voor jong talent. Dat is minder dan het aantal postdocs dat aan de slag kon in het oude programma Akademieonderzoekers, waarvoor het nieuwe programma in de plaats komt. "Maar de Akademieonderzoekers werden overbodig omdat de Vernieuwingsimpuls van NWO * ) dezelfde doelgroep heeft", zegt Moen. "Dankzij ons programma is het belang van postdocplaatsen doorgedrongen. De zorg daarvoor is nu door anderen overgenomen, op veel grotere schaal zelfs. Het zou mooi zijn als het programma Akademiehoogleraren net zo gaat werken."

PROFESSORABEL TALENT

25 Jongeren die kunnen doorstromen naar een leidinggevende positie - het is niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Maar het nieuwe KNAW-programma is niet de eerste maatregel met die doelstelling. Al in 1996 bedacht toenmalig minister Ritzen de zogeheten Van der Leeuw-hoogleraar. Dat was een jonge onderzoeker die hoogleraar werd náást een zittende hoogleraar die over een paar jaar met pensioen zou gaan. Zo moest voorkomen worden dat jong talent de universiteit verlaten had tegen de tijd dat de ouderen met pensioen gingen.

De Van der Leeuw-hoogleraren kwamen in de vakgebieden waar de vergrijzing het meest bedreigend leek. Dat waren allereerst de chemie en de letteren, en in een latere ronde kwamen daar ook nog biologie, pedagogiek en psychologie en werktuigbouwkunde bij. In totaal waren er zo'n zestig plaatsen beschikbaar. Maar vreemd genoeg zijn nog steeds niet al die plekken bezet. Voor letteren bijvoorbeeld is NWO nog bezig voor vijf plaatsen een geschikte kandidaat te vinden.

Valt het dus eigenlijk wel mee met de behoefte aan plekken voor jong, professorabel talent? Dat niet, zegt Annemarie Bos, die zich bij NWO met de Van der Leeuw-hoogleraren in de letteren bezighoudt. De criteria die Ritzen bedacht had, blijken echter een hinderpaal. Van de toenmalige minister mocht een Van der Leeuw-hoogleraar niet ouder dan 45 jaar zijn, moest hij per se buitenlandervaring hebben en mocht hij niet aangesteld worden aan de universiteit waar hij al werkte. "Daarmee sluit je mensen uit die inhoudelijk misschien de beste kandidaat zijn", zegt Bos. "Mede daardoor duurt het veel langer dan verwacht om alle plekken te bezetten."

Toch zijn de Van der Leeuw-hoogleraren een succes geweest, zegt Bos' collega Besselink, die namens NWO het programma uitvoerde in de chemie. "Er zijn goede mensen aangesteld, dat kunnen we zien aan hun impactscores", zegt die. Het waren er maar vijftien, en dat is niet veel op een aantal van 175 scheikunde-hoogleraren, geeft hij toe. "Maar het gaat om meer dan aantallen formatieplaatsen. Het Van der Leeuw-programma was de eerste maatregel die liet zien dat het belangrijk is voor de wetenschap om plek in te ruimen voor jongere onderzoekers. Dat het daarna bijna modieus is geworden om het belang daarvan te erkennen, is mede te danken aan het Van der Leeuw-programma."

ZODEN AAN DE DIJK

Geen gebrek dus aan programma's die het probleem van de doorstroom op de agenda gezet hebben. Maar zet het allemaal ook een beetje zoden aan de dijk? Niet echt, vindt voorzitter Ad Lagendijk van het Landelijk Postdoc Platform. Zelfs de Vernieuwingsimpuls - met zijn tientallen nieuwe plaatsen per jaar - helpt niet echt, laat staan een kleinschalig programma als dat van de Akademiehoogleraren. "Er zit een enorme weeffout in het bestel. En hoeveel initiatiefjes je er ook tegenaan gooit, die weeffout halen ze er niet uit."

Die weeffout betreft de scheiding tussen vast en tijdelijk personeel. "Aan de universiteiten is dat bijna een scheiding tussen eeuwig tijdelijk en eeuwig vast", zegt Lagendijk. "Universitaire managers willen een flink aantal tijdelijke medewerkers om flexibel te zijn. Daarin zijn de universiteiten heel uitzonderlijk. In andere sectoren - bijvoorbeeld adviesbureaus die net als onderzoeksgroepen veel met projectgeld werken - worden jongeren wel vast aangenomen. Als het vervolgens niet goed gaat, wordt hun contract beëindigd, dat wel. Maar ze hebben tenminste uitzicht op vast werk."

De inspanningen van de vakbonden om het aantal tijdelijke medewerkers terug te dringen, hebben slechts averechts gewerkt, zegt Lagendijk. Dankzij de flexwet mogen postdocs niet meer onbeperkt het ene op het andere contract 'stapelen'. Maar extra vaste plaatsen zijn er niet gekomen, en daardoor is het fenomeen 'wegwerponderzoeker' ontstaan.

Lagendijk: "Ik kom nog steeds schrijnende gevallen tegen van onderzoekers die ondanks tot de wetenschappelijke top in Nederland horen en toch niet aan de bak komen. Zo lang die verhoudingen tussen vast en tijdelijk en de opvattingen van de universitaire bestuurders daarover niet veranderen, verlichten alle initiatieven van KNAW en NWO en wie dan ook hoogstens de pijn, meer niet."

*) NWO is a sponsor of Next Wave Netherlands.

NL Job Market News is een serie van Next Wave over recente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt voor academici in Nederland. De serie is mede mogelijk gemaakt door steun van SoFoKleS, het Sociaal Fonds voor de KennisSector.