Van alle promovendi moet tweederde na zijn promotie een baan buiten de universiteit zoeken. De helft daarvan - zo'n duizend mensen per jaar - moet vervolgens een beroep doen op een ww-uitkering. Gemiddeld duurt het een half jaar voor ze daar weer vanaf zijn. Een slechte zaak, want hoe langer iemand een uitkering heeft, hoe moeilijker hij vervolgens nog aan een geschikte baan komt.

Dat zei Peter van Graas, directeur van Spotlite, begin deze maand op het congres dat zijn eigen organisatie hield over 'wetenschap en carrière'. Spotlite (opgezet op initiatief van de VSNU) is bedoeld om wetenschappers met een aflopend contract loopbaanadvies te geven en vervolgens aan een baan buiten de universiteit te helpen, met name aan een baan in het onderwijs.

Een kleine tweehonderd mensen, merendeels promovendi, waren op het Spotlite-congres afgekomen. Die opkomst was op zich al goed nieuws, vonden de vertegenwoordigers van werkgeversvereniging VSNU, van de vakbond en van het Promovendi Netwerk Nederland. Want als wetenschappers met een tijdelijk contract soepel de arbeidsmarkt buiten de universiteit willen betreden, dan zullen ze toch op z'n minst vroegtijdig moeten nadenken over wat ze willen en hoe ze dat willen bereiken. De grote opkomst bewees dat dat besef aan het groeien is.

"Een promotie moet toegevoegde waarde hebben voor de arbeidsmarkt", betoogde Hugo Levie, hoofd arbeidsvoorwaarden van de VSNU. "Natuurlijk, een promotietraject is geen beroepsopleiding, maar wat er in dat traject gebeurt, heeft wel invloed op de positie van de promovendus op de arbeidsmarkt. Maar zowel de promovendus zelf als zijn werkgever zien de promotie vaak alleen maar als een wetenschappelijk traject, niet als een traject dat ook naar de arbeidsmarkt buiten de wetenschap kan leiden."

Het is treurig als je van werkgevers buiten de universiteit te horen krijgt: gepromoveerden zijn alleen maar vier jaar ouder, vier jaar monomaner en vier jaar duurder, aldus Levie. En het is de taak van zowel gepromoveerde als de universiteit om ervoor te zorgen dat dat niet waar is. "Een universiteit kan níet verplicht worden elke promovendus een vervolgbaan aan te bieden. Maar een universiteit is wel verplicht ervoor te zorgen dat de vier jaar die een promovendus aan zijn onderzoek besteedt een toegevoegde waarde voor zijn carrière hebben."

Beide Buren

Maar zo wordt er vaak nog niet tegen een promotie aangekeken, ook niet door de promovendus zelf. "Kijk om je heen", hield Arno Lammeretz, bestuurder van vakbond Abvakabo FNV zijn gehoor voor. "Geen van je beide buren zal na zijn promotie nog in de wetenschap werkzaam zijn." Maar te veel jonge wetenschappers gaan er nog van uit dat zij tot die paar gelukkigen behoren voor wie wél een carrière in de wetenschap is weggelegd. Niet verstandig, aldus Lammeretz. Oriënteer je liever op tijd op de wereld buiten de universiteit en werk aan je employability, je inzetbaarheid in verschillende soorten banen.

De vakbondsman toonde zich kritisch over het loopbaanbeleid aan de universiteiten. Een van de manco's is dat hoogleraren geselecteerd worden op hun wetenschappelijke kwaliteiten, niet vanwege hun vaardigheden op het gebied van personeelszaken. "Hoe vaak komt het niet voor dat in een verslag van een functioneringsgesprek te lezen valt dat 'betrokkene meer dan zijn best doet en afdoende prestaties levert'. Dat blijkt vaak een heel subtiele hint dat het niet zo goed gaat", aldus Lammeretz. "Geen wonder dat die hints niet altijd aankomen. Hoogleraren moeten veel duidelijker zijn over het perspectief voor de promovendi die zij begeleiden."

Maar ook promovendi zelf moeten zich minder afwachtend opstellen, voegde Lammeretz daaraan toe. Elke promovendus heeft volgens de cao bijvoorbeeld recht op een POP (een persoonlijk ontwikkelingsplan) en op een professioneel loopbaanadvies. Vraag daar dan ook naar, luidde het advies van Lammeretz. "Goeie kans, trouwens, dat je hoogleraar van niets weet", zei hij. "Maar laat dat je er niet van weerhouden. Wees assertief! Je zult er versteld van staan hoeveel je voor elkaar krijgt als je op een goede, zakelijke manier voor jezelf opkomt."

Voorzitter Victor Spoormaker van het Promovendi Netwerk Nederland (het vroegere LAIOO) voegde daar nog een advies aan toe: ontwikkel je competenties. Buiten de universiteit heeft de promovendus vaak nog een wat stoffig imago. Het is een superspecialist die weinig meer kan dan een gewone afgestudeerde, maar wel duurder en minder flexibel is. Ten onrechte. "Ga maar na wat we kunnen als we gepromoveerd zijn: we kunnen presenteren, samenwerken, onderwijs geven, een project leiden; we hebben ervaring in het buitenland en we hebben ervaring met leidinggeven", somde hij op. "Al met al een fors cv - je zou haast zeggen dat het aan de perfectie grenst." Het enige waar het aan schort is communicatie, voegde Spoormaker eraan toe. "We kunnen het wel, maar we laten dat niet zien. We zijn te bescheiden. Ook in dit opzicht moeten we assertiever worden."

Dilemma

Alles goed en wel, werd er vanuit de zaal tegengeworpen, intussen zitten wij promovendi wel met een dilemma. "Als ik ga werken aan mijn employability, vergroot ik mijn kansen op een baan buiten de universiteit, maar verklein ik de kansen op een carrière binnen de universiteit", zei een Amsterdamse promovendus. Als voorbeeld noemde hij het aanvaarden van een bestuursfunctie. Daarmee doe je ervaring op die buiten de universiteit van nut kan zijn, maar het kost tijd die ten koste gaat van je onderzoek.

Toch doen, luidde het advies van zowel Lammeretz als Levie. Ook binnen de universiteit heb je baat bij het vergroten van je employability, zei Lammeretz. En Levie voegde daaraan toe: "Als de eisen aan je proefschrift zo hoog zijn dat je geen tijd hebt voor zo'n bestuursfunctie, dan heeft je promotor de lat te hoog gelegd. Misschien moeten de eisen over de hele linie wel omlaag."

Dat er nog een lange weg te gaan is voordat het denken over loopbanen goed ingeburgerd is aan de universiteit, bleek uit het relaas van een andere promovendus. Zij wilde er een half jaar tussenuit om tijdelijk werk te doen dat inhoudelijk nauw aansloot bij haar promotie-onderzoek en waarmee zij zich breder kon oriënteren. Maar haar promotor verzette zich daar met hand en tand tegen. "Een raar verhaal", vonden Lammeretz en Levie, opnieuw eensgezind. "Zoiets zou niet mogen voorkomen."