Goed nieuws voor promovendi, met name in de hoek van bèta en techniek: zij blijven de komende tijd zeer gevraagd. Het kabinet wil hen zelfs tijdens hun promotietraject al inzetten in het onderwijs en in het bedrijfsleven. Zo moeten scholieren warm gemaakt worden voor de wetenschap, kan een wisselwerking met bedrijfsresearch tot stand gebracht worden en kan het promotietraject zelf aantrekkelijker worden.

"De schaarste aan kenniswerkers speelt breed", zo stelt het Deltaplan bèta/techniek Deltaplan bèta/techniek dat het kabinet vlak voor Kerst openbaar maakt. "Vooral de tekorten aan bèta's en technici trekken een zware wissel op de toekomst." De cijfers die het kabinet heeft verzameld, spreken voor zich. De vraag naar academici groeit de komende jaren met bijna vier procent, terwijl het aantal afgestudeerden nog maar met 0,2 procent groeit. Op de middellange termijn betekent dat een tekort aan 120.000 kenniswerkers.

Ook het aanbod aan gepromoveerden is "zorgwekkend", vindt het Deltaplan. Nederland heeft op elke duizend werkenden 0,34 gepromoveerden, tegen 0,56 gemiddeld in de landen van de Europese Unie. In Nederland daalt dat aantal, terwijl het elders in Europa stijgt. Nu al halen de technische universiteiten de helft van hun promovendi uit het buitenland. "Het is de vraag of dit een houdbare situatie is", aldus het kabinetsplan.

Het Deltaplan bevat een groot aantal maatregelen om de tekorten in de bèta- en technische vakken te bestrijden. Lukt dat niet, zo voorspelt het kabinet, dan zal Nederland de ambitie om voorop te lopen bij de ontwikkeling tot een kenniseconomie wel kunnen vergeten. Nog één cijfer ter illustratie daarvan: als Nederland in 2010 drie procent van zijn bruto binnenlands product aan research & development wil besteden, zoals in Europees verband is afgesproken, zijn 30.000 extra r & d'ers nodig. En die zijn er niet.

Brugjaar

Een van de belangrijkste doelstellingen van het kabinet is om het aantal mensen dat begint aan een bèta- of techniekstudie in drie jaar met vijftien procent te verhogen. Daarvoor is allereerst nodig dat het onderwijs in die sector aantrekkelijker wordt. Veel universiteiten zijn al bezig met nieuwe, interdisciplinair opgezette bèta-opleidingen, en die trekken ook wel de nodige studenten. Maar vaak gaat de groei van die verbrede opleidingen ten koste van de bestaande; per saldo stijgt het aantal bèta's er dus nauwelijks door.

Het kabinet wil daarom ook experimenteren met andere maatregelen. Het zint bijvoorbeeld op een proef om afgestudeerde bèta's en technici hun collegegeld kwijt te schelden. Zo wil het erachter komen of zulke financiële prikkels werken. Ook wil het kabinet een experiment met een zogeheten bètabrugjaar, zoals de Universiteit van Amsterdam nu al heeft. In zo'n jaar worden mensen bijgespijkerd die wel een bètastudie willen volgen, maar gaten in hun vakkenpakket hebben. In Zweden blijkt zo'n brugjaar relatief veel vrouwen over de streep van een bètastudie te trekken.

Om een keus voor een bèta- of techniekstudie aantrekkelijk te maken, zullen echter ook de banen die erop volgen aantrekkelijk moeten worden. En op dat gebied valt nog een wereld te winnen, zo realiseert het kabinet zich. Want banen in de bèta- of techniekhoek bieden vaak weinig ruimte voor persoonlijke ontwikkeling, de arbeidsvoorwaarden zijn evenmin gunstig en carrière maken kan vaak alleen maar na een overstap op een managementfunctie.

Het is in eerste instantie een taak voor het bedrijfsleven zelf om voor aantrekkelijke banen te zorgen, maar het kabinet kijkt ook naar zichzelf. De overheid is immers verantwoordelijk voor publieke instellingen als de universiteiten. Zoals minister Van der Hoeven eerder al stelde in het Wetenschapsbudget Wetenschapsbudget (het plan waarin zij haar visie op het wetenschapsbeleid uiteenzette), wil het kabinet dat de universiteiten jong talent meer ruimte bieden en meer doen om vrouwen en allochtonen aan zich te binden. Nieuws bevat het Deltaplan daarover niet.

Duale Promotie

Toch heeft het Deltaplan promovendi en andere jonge wetenschappers wel iets te bieden. Allereerst wil het kabinet stimuleren dat promovendi op gezette tijden teruggaan naar hun vroegere middelbare school. Daar kunnen ze ingezet worden om het onderwijs in de bèta- en techniekvakken levendiger te maken, zo is de gedachte; zo zouden promovendi scholieren warm kunnen maken voor een exacte studie.

Een ander idee uit het plan is om de uitwisseling tussen de publieke en de private sector te bevorderen. Een universitaire onderzoeker zou bij wijze van stage kunnen meedoen in bedrijfsresearch, een bedrijfsresearcher kan een tijdje aan een universiteit meedraaien. "Voor de onderzoeker aan het begin van de carrière biedt dit een verbreding van inzicht", aldus het Deltaplan, "voor de onderzoeker in een latere fase van de carrière biedt het een nieuwe impuls." Voor promovendi wil het kabinet zelfs nog een stap verder gaan: er zouden duale promotieplaatsen gecreëerd kunnen worden die promovendi in staat stellen afwisselend in een bedrijf en aan de universiteit te werken en zo te promoveren.

Tenslotte besteedt het kabinet aandacht aan de problemen die buitenlandse kenniswerkers ervaren als ze in Nederland willen komen werken. Ze verdwalen vaak in de papierwinkel die daarvoor nodig is. Bovendien heeft het ministerie van Justitie de leges die betaald moet worden voor een verblijfsvergunning de afgelopen jaren met honderden procenten verhoogd - tot ergernis van onder meer de universiteiten. Het kabinet erkent nu dat Nederland op deze manier de battle for the brains zal verliezen. Daarom wil het in elk geval toe naar "één loket, één procedure en één document" voor buitenlandse kenniswerkers. Van de universiteiten wordt dan wel de garantie verwacht dat zij oneigenlijk gebruik helpen voorkomen; niet elke willekeurige gelukszoeker mag zich kenniswerker noemen om zo soepeltjes Nederland in te komen.

Veel maatregelen uit het Deltaplan zijn overigens nog nauwelijks uitgewerkt. Het kabinet wil 'stimuleren dat ?', zal 'nader onderzoeken of ?' en vindt dat 'gedacht kan worden aan ?' - het plan staat bol van zulke uitdrukkingen. Wel heeft het kabinet alvast zestig miljoen euro uitgetrokken voor alles wat er op dit gebied moet gebeuren. Om dat geld zinvol te kunnen besteden, moet er nu eerst een platform bèta/techniek komen, vindt het kabinet. Dat moet er voor zorgen dat alle betrokkenen (universiteiten, bedrijfsleven enzovoorts) met concrete plannen komen. Dat platform zal ook het kabinet van advies dienen over de vraag aan welk van die plannen geld besteed moet worden.