H et bieden van een duidelijk loopbaanperspectief voor jonge wetenschappers. Dat is een van de belangrijkste doelstellingen van het tenure-track systeem, een loopbaanmodel naar Amerikaanse snit. De Groningse bètafaculteit heeft vorige maand haar eerste vier adjunct-hoogleraren aangesteld, als eerste stap op weg naar invoering van dit systeem. Andere faculteiten zullen volgen.

Aan de Groningse faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen kan een jonge onderzoeker die er een promotie en een postdocschap heeft opzitten voortaan een aanstelling als 'assistant professor' krijgen. Dat is een tijdelijke aanstelling ? van vijf jaar ? als universitair docent, waarin hij mag aantonen dat hij professorabel is. Pas als hem dat lukt, krijgt hij een vaste baan; hij wordt dan 'associate professor' oftewel adjunct-hoogleraar. Na nog eens vijf jaar vindt een nieuwe beoordeling plaats; als die positief uitvalt, volgt een benoeming tot gewoon hoogleraar.

Met de invoering van dit tenure-track systeem wil de Groningse faculteit een stap vooruit zetten in de internationale concurrentieslag om jong wetenschappelijk talent. Dat talent is schaars, weet men in Groningen, en laat zich alleen binnenhalen als er een duidelijk zicht geboden wordt op het verloop van de wetenschappelijke carrière die er voor hem in het verschiet ligt.

Dat zicht ontbreekt tot nu toe veelal, niet alleen aan de Groningse bètafaculteit, maar aan alle Nederlandse universiteiten. Of een postdoc na afloop van zijn contractperiode een nieuwe aanstelling krijgt, hangt vaak alleen maar af van de vraag of er toevallig een formatieplaats vrijkomt. Maar al te vaak kan een postdoc slechts een nieuwe postdocplaats geboden worden. Het 'stapelen' van drie of vier postdocbanen is al lang geen uitzondering meer; al die tijd kan een postdoc slechts hopen op het toeval van een vrijkomende vaste baan.

Het tenure-track systeem moet daaraan een eind maken. Wie eenmaal binnen is als assistant professor weet, als het goed is, precies wat hij moet doen om na vijf jaar bevorderd te worden tot adjunct-hoogleraar. In Groningen is bijvoorbeeld vastgelegd dat jonge wetenschappers in die vijf jaar een eigen onderzoekslijn opzetten, twee promovendi begeleiden, één flinke subsidie binnenhalen en erkenning verwerven onder vakgenoten ? wat kan blijken uit het lidmaatschap van internationale tijdschriftredacties, optredens op congressen en dergelijke. Wie aan deze criteria voldoet, kan rekenen op een vervolg van zijn wetenschappelijke carrière ? of er nu toevallig een formatieplaats vrijkomt of niet.

Daar staat overigens wel iets tegenover: wie níet voldoet aan de criteria moet de faculteit verlaten, want het is 'up or out'. In dat geval zal "de kandidaat begeleid worden naar een carrière buiten de faculteit", zoals de Groningse beleidsstukken het enigszins omfloerst omschrijven ? maar dat komt uiteraard op hetzelfde neer.

En als het geld nu op is op het moment dat een assistant professor een vaste baan als associate professor moet krijgen? Is het dan niet al te verleidelijk om aan te sturen op 'out' als 'up' misschien op zijn plaats zou zijn? "Het geld ís niet op. Als je voor dit systeem kiest, moet je daar gewoon voor zorgen", zegt Berber Miedema, hoofd personeelszaken van de Groningse bètafaculteit, resoluut. "Maar inderdaad, we kunnen niet onbeperkt vaste banen vergeven, We zullen de criteria streng moeten toepassen."

Frustraties

Dat is precies de reden dat Arno Lammeretz van vakbond Abva Kabo FNV sceptisch reageert op alle mooie woorden over het tenure-track systeem. "Het aantal hoogleraarsplaatsen blijft beperkt, het hoogleraarschap is hoe dan ook niet voor iedereen weggelegd", zegt hij. "Je moet dus oppassen dat je niet zelf frustraties creëert onder je jonge wetenschappelijk personeel." Ook bij het up-or-out-principe heeft Lammeretz zo zijn bedenkingen. "Zestig of zeventig procent van de universitair docenten is heel tevreden, die hoeven niet zo nodig 'up'. En zolang ze hun werk goed doen, is daar toch ook niets op tegen?"

Lammeretz voegt nog één vraag aan zijn serie kanttekeningen toe: wat gebeurt er met de assistant en associate professors in de loop van de vijf jaar dat zij zich moeten waarmaken? Worden ze slechts na vijf jaar afgerekend op hun prestaties of krijgen zij tijdens die vijf jaar ook adequate begeleiding? Lammeretz hoopt het laatste, maar vreest het eerste. Want, zegt hij, "de universiteiten hebben in het algemeen nog nauwelijks fatsoenlijk beleid op het gebied van human resource management."

De scepsis in vakbondskringen wordt echter niet gedeeld door voorzitter Victor Spoormaker van het Promovendi Netwerk Nederland. Jonge onderzoekers hebben nu weinig perspectief, ze worden aan het lijntje gehouden met de ene na de andere tijdelijke aanstelling, zegt hij. "Alle vaste contracten zijn al vergeven aan babyboomers die alleen maar hun tijd hoeven uit te zitten. Het is super dat mensen met kwaliteit nu ook kansen krijgen, niet alleen de mensen die toevallig op de juiste tijd op de juiste plaats zijn. Een universitair docent kan in het tenure track systeem na vijf jaar weggestuurd worden. Hij moet dus scherp blijven. Je tijd uitzitten wordt dan onmogelijk. Gelukkig maar."

Adequaat beloond

De Groningse bètafaculteit loopt voorop met de invoering van het tenure-track systeem. Maar het ziet ernaar uit dat ze niet lang de enige faculteit met zo'n systeem zal blijven. Ook aan de faculteit Farmacie van de Universiteit Utrecht wordt in elk geval serieus overwogen om over te stappen op dit systeem, om dezelfde redenen die ook Spoormaker noemt. "Onderzoekers worden in dit systeem geprikkeld om scherp te blijven", schreef decaan Daan Crommelin van deze faculteit eerder deze maand in het Utrechts Universiteitsblad. "In de kritiek op een systeem van tijdelijke aanstellingen wordt vaak nadruk gelegd op het feit dat mensen er wel heel gemakkelijk uitgegooid kunnen worden. Maar voor mij is belangrijker dat uitstekende onderzoekers eindelijk adequaat beloond kunnen worden."

De Utrechtse farmacie-decaan oppert ook een methode om invoering van het systeem betaalbaar te houden: laat hoogleraren een deel van hun salaris ? zeg tien procent ? zelf verdienen door het binnenhalen van subsidies en contracten. Van doorslaggevend belang is voor hem echter een andere overweging: als er niets verandert aan de Nederlandse universiteiten, zal jong toptalent kiezen voor instellingen waar de carrièremogelijkheden groter zijn. "Ik ben ervan overtuigd dat we de concurrentie met het buitenland zonder invoering van tenure-track op termijn niet zullen volhouden."