Zonder uitgebreide onderzoekservaring vertrok ik ruim twee jaar geleden naar Bethesda, Maryland in de Verenigde Staten. Daar is mijn uitdaging begonnen: een gecombineerd promotie- en specialisatietraject. Het is geen gemakkelijke weg geweest, maar nu, ruim twee jaar later, kijk ik terug op een succesvolle periode in de States. Het bevalt zelfs zo goed, dat ik besloten heb nog een jaar langer te blijven. Over hoe ik als basisarts in de wetenschap beland ben.

Netwerken, de sleutel tot succes

Mijn exodus begon na het behalen van het basisartsdiploma aan de Universiteit Leiden in 2001. Tijdens de laatste en klinische fase van de opleiding - de co-schappen - maakte mijn aanvankelijke voorkeur voor Psychiatrie geleidelijk plaats voor een interesse in Reumatologie. Deze 'switch' had voornamelijk te maken met het verschil in focus: naar mijn idee richt een psychiater zich slechts op één lichaamsonderdeel - de geest. Een reumatoloog daarentegen zoekt door het hele lichaam naar klinische oorzaken. Ik was zeer enthousiast over zo'n systemische benadering. Daarnaast wilde ik graag meewerken aan de nieuwe, snelle ontwikkelingen in reumatologisch onderzoek.

Ik was zeer geïnteresseerd in de inhoud van mijn co-schappen, maar gebruikte deze periode ook om actief te netwerken. Dit bleek waardevol: een Leidse reumatoloog die net naar de UvA overstapte, verwees me naar de hoogleraar Reumatologie aldaar. Met deze laatste besprak ik mijn wensen en mogelijkheden. Zijn enthousiasme werkte zeer motiverend. Dit bepaalde mede de keuze om in te gaan op zijn aanbod: ik ging als AGIKO aan de slag binnen zijn groep.

Promoveren én specialiseren

De AGIKO-constructie is in 1991 in Nederland geïntroduceerd en sindsdien in populariteit gegroeid. De constructie biedt voordeel aan beide partijen. Ik heb na afloop van mijn AGIKO-schap bijvoorbeeld zowel medische als wetenschappelijke kennis. Daarmee kan ik een brugfunctie vervullen tussen wetenschap en praktijk. De universiteit kan via de AGIKO-constructie de vele AIO plaatsen vullen en daarmee haar wetenschappelijke naam hooghouden.

Als AGIKO voltooi ik zowel een medische specialisatie als een volledig promotieonderzoek. De volgorde daarvan bepaal ik in overleg met mijn begeleiders. Ik heb besloten eerst het promotieonderzoek af te ronden, voordat de hectische klinische specialisatie, die ruim zes jaar zal duren, al mijn tijd zal gaan vergen. Voor mijn specialisatie kan ik tegen het einde van deze eerste fase solliciteren bij de vakgroep Interne geneeskunde van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam, waarvan Reumatologie deel uitmaakt. Als promovendus van de UvA maak ik meer kans, maar ben niet automatisch verzekerd van een opleidingsplek.

Mijn promotieonderzoek is gericht op gentherapie. Een deel daarvan vindt plaats in het buitenland. Ik kreeg de mogelijkheid te solliciteren naar een post-doctoral fellowship aan de NIH, waar vele internationale wetenschappers werken. Dit fellowship zou de basis gaan vormen van mijn promotieonderzoek. Mijn hoogleraar had al eerder een andere Nederlandse promovendus dezelfde weg laten volgen. Aangezien zowel de senior onderzoeker aan de NIH als hij hierover zeer tevreden waren, werd besloten de samenwerking te continueren en meer promovendi naar de NIH te sturen. Aanvankelijk zou ik de eerste twee jaar aan de NIH doorbrengen waarna ik mijn promotie in Amsterdam zou afronden. Het bevalt me echter zo goed in de VS, dat ik besloot een extra jaar te blijven en korter in het Amsterdamse lab te werken.

Onderzoekservaring

Nu ik bijna tweeëeneenhalf jaar bezig ben, kan ik reflecteren op mijn eerste ervaringen. Alle begin is moeilijk, zeker in de VS. Ik doel hiermee niet op een cultuurschok, heimwee of aanpassingsmoeilijkheden. Die zaken zijn vaak tijdelijk of overkomelijk en bovendien heb ik reeds meerdere malen in Amerika gewoond. Als zeventienjarige uitwisselingsstudent deed ik een jaar high-school in Kansas. Daarnaast heb ik aan het einde van mijn co-schappen zes maanden onderzoek in zonnig Californië verricht. Ik was dus al bekend met de Amerikaanse cultuur. Meer moeite had ik met mijn rol als onderzoeker. In Amerika kun je als basisarts - dus zonder promotieperiode - direct aan de slag als postdoctoral fellow (kortweg: postdoc). Basisartsen hebben immers een 'doctorate degree' (M.D.: doctor of medicine), evenals reeds gepromoveerden (Ph.D.: doctor of philosophy). Van een postdoc wordt verwacht in grote mate zelfstandig een onderzoek te kunnen opzetten en uitvoeren. 'Graduate students' (promovendi) worden hierop voorbereid tijdens een langdurig promotietraject, maar mijn ervaring bestond, zoals reeds vermeld, uit slechts een half jaar onderzoek. Het is dus begrijpelijk dat ik als basisarts door struikelen, vallen en opstaan de goede weg heb moeten vinden.

Gelukkig was de begeleiding bij de NIH uitstekend; mijn supervisor heeft wekelijks individuele besprekingen met de postdocs over hun vorderingen. Daarentegen wordt door postdocs hier in andere labs nog wel eens geklaagd over het gebrek aan richtlijnen of juist een te grote bemoeienis. Promovendi die net als ik hun onderzoek geheel of deels in Amerika willen uitvoeren, zou ik aanraden vooraf voldoende inlichting over de persoonlijke begeleiding te krijgen. Tevens is het raadzaam vroegtijdig een duidelijk (en haalbaar) promotieonderzoeksplan met beide partijen op te zetten. De faciliteiten in de twee laboratoria kunnen verschillen en een goede planning van je experimenten is essentieel om de overstap naar Nederland zonder problemen en vertraging te laten verlopen. Goede communicatie met het Nederlandse front is ook van belang om te zorgen dat de vele experimenten, die je gedurende de jaren doet, bruikbaar zijn voor je uiteindelijke doel: de promotie. Zelf e-mail ik mijn Nederlandse supervisor om de zes tot acht weken over mijn vorderingen en praten we bijvoorbeeld bij tijdens een jaarlijks internationaal congres.

Naast de wetenschappelijke faam is het ruime onderzoeksbudget van de NIH een groot voordeel. Is je supervisor tevreden, dan kan een verlenging worden geregeld en kun je je onderzoek naar behoren voltooien. Een AIO, die met een WW-uitkering de laatste experimenten uitvoert, zul je hier niet snel tegenkomen. Promoveren bij twee instituten brengt ook andere voordelen met zich mee: je maakt kennis met een andere cultuur en zijn charmes, ontmoet mensen uit alle delen van de wereld en je kunt de expertise van beide instituten optimaal benutten.

Toekomst

Hoewel ik enthousiast ben over het medisch onderzoek, heb ik me de laatste tijd afgevraagd of ik mijn klinische en wetenschappelijke ervaring niet liever op een andere manier wil gebruiken. Graag zou ik me daarom meer richten op communicatie en beleid in de gezondheidszorg. De ervaring van anderen onder Career Transitions op de Science's Next Wave website helpen mij enorm bij het maken van de juiste keuzes.