Ook al leveren vrouwen wetenschappelijk werk dat aantoonbaar van uitstekende kwaliteit is, dan nog slagen zij er minder in dan mannen om carrière te maken aan de universiteit. Dat blijkt uit onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen naar de loopbanen van mannen en vrouwen die cum laude promoveerden. De verklaring? Daarnaar blijft het gissen.

"Als er één groep is die het credo 'gelijke kansen bij gelijke bekwaamheden' moet kunnen waarmaken, is het wel die van de cum laude gepromoveerde vrouwen", legt Margo Brouns de gedachte achter het Groningse onderzoek uit. "Hun kwaliteit is immers onomstreden." Maar krijgen deze vrouwen ook echt gelijke kansen? Dat was de vraag die Brouns en twee andere onderzoeksters wilden beantwoorden. Daarom onderzochten zij de loopbanen van iedereen - mannen en vrouwen - die tussen 1985 en 2000 in Groningen cum laude promoveerden. Om het beeld meer reliëf te geven, werd ook een groep 'gewone' gepromoveerden in het onderzoek betrokken.

Het goede nieuws dat valt af te lezen uit de uitkomsten, is dat de kwalificatie 'cum laude' er voor vrouwen toe doet. Vrouwen die cum laude promoveren, slagen er veel meer in om hogere rangen te behalen dan vrouwen die zonder dat predikaat gepromoveerd zijn; zij maken maar liefst twee keer zo veel kans de universitaire top te halen. Ook het salaris dat daarbij hoort, is duidelijk hoger dan dat van de andere gepromoveerde vrouwen.

Daar staat echter minder goed nieuws tegenover. Het voordeel dat vrouwen van hun cum laude hebben, is niet groot genoeg om mannen op de carriéreladder voorbij te gaan. Vooral buiten de universiteit hebben mannen die níet cum laude gepromoveerd zijn, gemiddeld nog steeds hogere functies dan wél cum laude gepromoveerde vrouwen. Binnen de universiteit ligt het iets anders: vrouwen met een cum laude hebben daar gemiddeld genomen exact hetzelfde functieniveau als mannen zonder. Maar dat is een schrale troost. Want kennelijk geldt ook binnen de universiteit dat vrouwen betere prestaties moeten leveren om hetzelfde te bereiken. Mannen slagen er hoe dan ook wel in carriére te maken. "Waar mannen ook zonder cum laude in groten getale tot de hoogste posities en salarisschalen doordringen, lijken vrouwen zich daar eerst voor te moeten kwalificeren met een cum-laude-titel", concludeert Brouns.

Overigens zijn er opmerkelijke verschillen tussen de wetenschappelijke disciplines. In de alfa- en gamma-sector doen vrouwen met een cum laude het namelijk wel even goed als hun mannelijke evenknieën. Het grote verschil tussen mannen en vrouwen is vooral te herleiden tot de situatie in de bèta- en medische wetenschappen. Daar vervullen vrouwen die cum laude gepromoveerd zijn betrekkelijk lage functies. Het predikaat 'cum laude' lijkt bèta-vrouwen zelfs hoegenaamd niets op te leveren.

STANDAARDBEELDEN

Op zoek naar verklaringen voor het achterblijven van goed presterende vrouwen, toetsten de onderzoeksters enkele hypotheses. Een aantal standaardbeelden moet bijgesteld worden, zo bleek uit de resultaten. Een van die beelden houdt in dat vrouwen, als ze kinderen krijgen, minder gaan werken en daarom ook minder investeren in hun carrière. Maar voor de cum laude gepromoveerde vrouwen uit het Groningse onderzoek bleek dat cliché niet met de werkelijkheid te stroken. Integendeel zelfs. Degenen onder hen die kinderen hadden, bleken namelijk gemiddeld een iets hogere functie bereikt te hebben dan degenen die geen kinderen hadden. "Kennelijk weten deze vrouwen de veronderstelde carrièreschade van kinderen te beperken", zegt Brouns.

Ook het vermoeden dat hun mannelijke collega's hun vlotte carrière te danken hebben aan de goede zorgen van een vrouw thuis, klopte niet: tachtig procent van de mannen die cum laude promoveerde, had een vrouw met een betaalde baan. Opmerkelijk is dat het wel uitmaakt of een cum laude gepromoveerde vrouw al dan niet een partner heeft: de succesvolste vrouwen uit het onderzoek leefden allen zonder partner.

Nog zo'n standaardbeeld dat bijstelling behoeft, betreft de bereidheid van vrouwen om veel tijd in hun werk te steken. De veronderstelling dat vrouwen dat liever niet doen, bleek niet te kloppen. Inderdaad werkten vrouwen uit het onderzoek vaker in deeltijd dan mannen - zij het zelden minder dan dertig uur. Althans op papier, want in werkelijkheid werkten ook vrouwen aanzienlijk meer. "Het klassieke beeld dat vooral zorg voor kinderen een obstakel vormt, blijkt voor deze groep vrouwen niet te gelden", zo luidt dan ook de conclusie van de onderzoeksters.

Hebben vrouwen dan misschien meer moeite met de cultuur, met de normen en waarden die aan de universiteit heersen? Nee, ook dat niet, moeten de onderzoeksters concluderen. Zeker, vrouwen hebben moeite met de universitaire bureaucratie en met de slechte vooruitzichten. En inderdaad, zij hechten aan teamwork en maatschappelijk relevant werk. Maar mannen doen dat evenzeer.

ONVERKLAARD

Ten slotte plaatst het onderzoek ook kanttekeningen bij de theorie dat de verwachtingen ten aanzien van vrouwen - zowel van henzelf als van mensen om hen heen - invloed hebben. De stelling dat vrouwen vaak geen ambitie hebben om hoge functies te vervullen, wordt in elk geval niet bevestigd door het onderzoek. Meer dan de helft van de cum laude gepromoveerde vrouwen wil uiteindelijk hoogleraar worden. En ook het stereotype beeld dat vrouwen geen vertrouwen hebben in hun eigen kunnen wordt absoluut niet bevestigd.

Wat dan wel de oorzaak is van de verschillen tussen mannen en vrouwen? "Dat blijft inderdaad deels onverklaard", moet Brouns toegeven. "We starten nu een onderzoek naar de werving- en selectieprocedures. Daar zit vast een belangrijk deel van de verklaring."

Overigens bracht het onderzoek nog één opmerkelijk gegeven aan het licht: vrouwen promoveren opmerkelijk minder vaak cum laude dan mannen. Over de hele periode die de onderzoeksters onder de loep namen was 22 procent promovendi vrouw. Maar van de cum laudes ging er maar vijftien procent naar een vrouw. "De vraag of voor vrouwen de lat hoger wordt gelegd of dat vrouwen zelf minder hoog springen, kan met deze cijfers niet beantwoord worden", schrijven de onderzoeksters. Zij koppelen daar meteen een aanbeveling aan vast: juist omdat een cum laude voor vrouwen lonend blijkt, zou nader onderzocht moeten worden hoe het komt dat vrouwen dat predikaat minder vaak krijgen.