Editor's note: This is one of four stories describing the experience of Dutch PhD students working in both academia and industry. In the second instalment Edwin Zondervan, nearly 1 year into his PhD, tells us about his STW-supported project. Technology Foundation STW is a semi state-controlled organisation that stimulates technical-scientific research and practical implementation of the results. This article is also translated into English.

Een paar keer per week fiets ik van de universiteit naar 'mijn' proefinstallatie, een waterzuiveringssysteem in de buurt van Enschede dat ik gebruik om zuiveringsexperimenten uit te voeren. Ik werk als eerstejaars AiO aan een drinkwaterproject ( OSMO) aan de Universiteit Twente. Samen met twee andere AiO's probeer ik te achterhalen hoe membranen optimaal te gebruiken zijn bij het maken van drinkwater, onder andere door reiniging met chemicaliën. Het project is een samenwerking is tussen de Universiteit Twente, Technologiestichting STW en een aantal industriële partners.

Toen ik in november 2003 aan mijn onderzoek begon bij de Dynamics and Control of Processes Group ( DCP), maakte ik een sprong in het diepe. Ik had geen uitgestippeld carrièreplan, maar wilde me graag meer verdiepen in 'dynamica en beheersing van processen', waarmee ik tijdens mijn afstudeeropdracht in aanraking was gekomen. Ik wilde graag weten hoe kennis van geavanceerde modelleer, optimalisatie- en controletechnieken ? afkomstig uit de wiskunde en/of elektrotechniek ? gebruikt kon worden in mijn vakgebied: chemische technologie.

Een AiO-plaats leek me de juiste manier om dit te doen, voornamelijk omdat ik van andere AiO's en gepromoveerden voornamelijk positieve verhalen hoorde. Zij hebben hun kennis over een bepaald onderwerp kunnen uitdiepen, iets wat bijvoorbeeld een ingenieur van een productieafdeling niet kan. Daarnaast sprak een academische werkomgeving me ook wel aan: een combinatie van een internationaal karakter, de vrijheden en de verantwoordelijkheden. Vooral het besef dat mijn resultaten ? en de daarop gebaseerde adviezen die ik uitbreng ? uiteindelijk gebruikt worden in de 'echte wereld' brengt een smak verantwoordelijkheid met zich mee.

Voet Tussen de Deur

Ik heb nooit speciaal gezocht naar een PhD in Industry. Tijdens mijn studie ben ik simpelweg op zoek gegaan naar interessante promotieprojecten. Het belangrijkste criterium bij de selectie van projecten was mijn eigen interesse voor het onderwerp. Met dit in het achterhoofd vond ik op internet enkele interessante projecten, zowel nationaal als internationaal. Ik legde contact met professor Elaine Martin van de Control & Dynamics Group van de Universiteit van Newcastle upon Tyne. We hadden contact via e-mail en hoewel ik er nooit echt gesolliciteerd heb, heeft ze me verteld over de gebruikelijke procedure. Ik zou een lange vragenlijst moeten invullen, daarbij een tweetal aanbevelingsbrieven moeten regelen en aannemelijk moet maken dat ik uitstekende kennis van het Engels had, bijvoorbeeld door het afleggen van een Test of English as a Foreign Language ( TOEFL).

Behalve de uitgebreide formaliteiten was er iets anders dat me tegenstond: in Groot-Brittannië zou ik geen salaris krijgen, maar afhankelijk zijn van een beurs, in tegenstelling tot de Nederlandse situatie. Tenslotte wogen ook de zekerheid en het (sociale) netwerk in Nederland mee in mijn besluit om niet in het buitenland te solliciteren.

Tegelijkertijd kreeg ik de mogelijkheid te solliciteren op een groot petrochemisch project bij de Control Systems Group van de Technische Universiteit Eindhoven. Ik ben uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek, maar heb dat niet gedaan, omdat ik een ander aanbod kreeg dat ik niet kon afslaan.

Tijdens mijn zoektocht naar een AiO-plaats heb ik namelijk ook een balletje opgegooid bij professor Brian Roffel, de hoogleraar bij wie ik afstudeerde. Hij bood me aan om te solliciteren op een vrijgekomen plaats binnen zijn vakgroep. Tijdens het gesprek werd duidelijk dat hij erg gesteld was op de goede communicatieve vaardigheden die ik had ontwikkeld tijdens mijn werk als Commissionair Intern voor de studievereniging. Dit ? naast het feit dat mijn professor mij goed kende en dus wist wat hij aan me had ? heeft waarschijnlijk de doorslag gegeven.

Ik hoefde natuurlijk niet lang na te denken voordat ik mijn 'Ja-woord' gaf. Voor mij speelde het geen rol dat het project werd gesteund door bedrijven. Dit klinkt misschien tegenstrijdig, maar ik had vooral ideologische overwegingen bij mijn keuze: ik wilde werken aan schoon water voor iedereen, met of zonder bedrijven.

Samen uit, samen thuis'

Het voelde alsof ik een nieuwe fase van mijn leven binnenliep. Misschien moet ik erbij vertellen dat ik samenwoonde met mijn vriendin, die ook AiO wilde worden. We wilden bij elkaar blijven en maakten daarom samen keuzes. Om problemen te voorkomen was het belangrijk om niet alleen aan onszelf te denken. We hebben onze 'verlanglijstjes' naast elkaar gelegd en kwamen erachter dat Enschede op beide lijstjes voorkwam. Zo kwam alles goed, en had ik nog voor mijn afstuderen al een baan, terwijl mijn studievrienden veel meer tijd nodig hadden iets passends te vinden.

Communicatie

Mijn directe werkgever is de universiteit Twente. STW financiert echter drie kwart van het project; de rest is voor rekening van de industriële partners. Waterleverancier Vitens is daarvan de belangrijkste en levert de proefinstallatie waarop ik mijn experimenten uitvoer. Een andere partner is Aquacare, die de chemicaliën voor het onderzoek levert. Iedere partner heeft natuurlijk zijn eigen belangen; Vitens wil zoveel mogelijk water produceren tegen zo laag mogelijke kosten en Aquacare is vooral geïnteresseerd in de effectiviteit van zijn chemicaliën.

Goede communicatie is daarom van groot belang binnen dit project. Eens per half jaar is er een zogenaamde gebruikersbijeenkomst, waarbij alle partijen vertegenwoordigd zijn en waar de AiO's hun voortgang presenteren. De werkelijke begeleiding van mijn project ligt binnen de universiteit, waar ik regelmatig brainstormsessies houd met mijn professor en de twee andere AiO's die aan het project werken. Tijdens deze besprekingen is het technische gehalte een stuk hoger en komen zaken boven water die kunnen helpen bij het tackelen van een probleem. Zo vond ik het in het begin moeilijk om een startpunt te kiezen, omdat vrijwel niets bruikbaars over het modelleren van chemische reinigingen in membranen gepubliceerd is. Nadat de AiO's en experts de koppen bij elkaar hadden gestoken, was het mij duidelijk waar ik moest beginnen.

Het verschil tussen universiteit en bedrijf wordt duidelijk wanneer er contracten opgesteld en getekend moeten worden. De commerciële partners gaan heel diep in op juridische details: 'wie krijgt welke rechten', 'wat kan er gepubliceerd worden en wanneer' en 'wie levert wat' zijn enkele vragen die hen bezighouden, terwijl de universiteit voornamelijk geïnteresseerd is in de wetenschappelijke inhoud van het project. Tijdens een van de eerst gebruikersbijeenkomsten bracht één partner ? die later uit het project is gestapt ? zelfs een heel leger juristen mee om hun belangen veilig te stellen. Deze verschijnselen geven het begrip 'commercieel' een behoorlijk wrange smaak.

Ik heb daarentegen het idee dat de huidge partners niet zo commercieel zijn. Ze beschikken over veel kennis, waartoe ik onbeperkt toegang heb. Zowel Vitens als Aquacare willen graag meedenken en werken aan vernieuwing. Dus ondanks het feit dat het project misschien een 'commercieel gezicht' heeft, ligt het hart van de betrokkenen toch echt bij wetenschap en vernieuwing.

Toekomst

Hoewel ik nauwelijks een jaar aan de slag ben, en het misschien nog te vroeg is voor wilde toekomstplannen, begin ik me langzamerhand af te vragen wat ik wil als ik klaar ben. Er zijn vele mogelijkheden, maar wat mij erg leuk lijkt is een positie in een 'denktank', bij een buitenlandse universiteit. Ik zou graag binnen een vakgroep meedenken over antwoorden op 'hoe verbeter ik onderwijs?' en 'wat voor onderzoek kunnen we uitvoeren?'. Hoewel veehouderij in Latijns Amerikaan me ook wel trekt; ik ben er nog niet uit.