88 Jonge onderzoekers kregen half juli te horen dat zij drie jaar lang eigen onderzoek mogen uitvoeren met geld van NWO. De ' Veni'-subsidie die ze kregen toegewezen -- met bedragen tot 200.000 euro -- geeft de beste tien tot twintig procent van de huidige lichting jonge onderzoekers de kans om risicovol en vernieuwend onderzoek te doen. Zo moet voorkomen worden dat jong talent de wetenschap verlaat.

"Als ik deze subsidie niet gekregen had, zou de kans groot zijn geweest dat ik de wetenschap had verlaten." Dat zegt Maarten Kleinhans (32), fysisch geograaf aan de Universiteit Utrecht. Hij benadrukt daarmee dat banen in de wetenschap in Nederland vrijwel niet te krijgen zijn. Ook in het buitenland kwam hij er moeilijk tussen, zo geeft hij aan. "Ik was al serieus aan het nadenken over een baan buiten de wetenschap, als basisschooldocent waarschijnlijk," licht hij toe Maar nu verwacht hij toch definitief in de wetenschap aan het werk te kunnen blijven. "Hoewel, dat weet je natuurlijk pas zeker als je een vast contract hebt," zegt hij.

Kleinhans is één van de gelukkigen die middenin de zomer het nieuws vernamen dat zij een onderzoekssubsidie krijgen van maximaal twee ton. Kleinhans blijft nu dus behouden voor de wetenschap. En dat is precies zoals de bedenkers van de zogeheten 'Vernieuwingsimpuls' dat wilden: jong wetenschappelijk talent behouden. Want, zo luidde de diagnose van deze beleidsmakers zo'n vijf jaar geleden, jong talent heeft nauwelijks kans op een wetenschappelijke loopbaan. Ook al omdat er een pensioengolf onder wetenschappelijk personeel nadert, is dat de dood in de pot. Om straks de opvolgers van de oudere generatie onderzoekers klaar te hebben staan, moet jong talent nu ruimte krijgen.

De Vernieuwingsimpuls was de remedie die volgde op het stellen van die diagnose. Het is een fonds dat is opgezet met steun van het ministerie van Onderwijs, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de universiteiten. Hieruit wordt geld beschikbaar gesteld voor "avontuurlijke, baanbrekende onderzoekers om vrijelijk onderzoek naar hun keuze te doen", zoals het in een brochure van NWO staat. Binnen dat fonds wordt onderscheid gemaakt tussen onderzoekers in drie fases van hun carrière: voor onderzoekers die hoogstens drie jaar geleden gepromoveerd zijn, is er de Veni-subsidie, de Vidi-subsidie is er voor onderzoekers met wat meer ervaring en voor zeer ervaren onderzoekers is de Vici-subsidie. "Vooral voor starters pakt dat onderscheid goed uit", aldus Simone Scholtz van NWO. "Deze groep heeft nog relatief weinig ervaring en zou daardoor snel de strijd verliezen in een gemengde competitie."

Ambities

Het 'avontuurlijke' onderzoek dat Maarten Kleinhans wil uitvoeren, gaat over splitsingen in rivieren. Hij wil daarvoor gegevens uit verschillende vakgebieden bij elkaar brengen, een aanpak waarover zijn eigen onderzoeksgroep in Utrecht aanvankelijk wat sceptisch was. "Ik heb heel wat moeten praten en uitleggen", zegt hij. Ook NWO was niet meteen overtuigd: in een eerdere ronde viste Kleinhans zelfs achter het net. "De haalbaarheid van mijn plan werd betwist, men vond het te tijdrovend", vertelt Kleinhans. Hij verbindt daar meteen een tip aan voor schrijvers van toekomstige Veni-aanvragen: "Je moet je ambities kennelijk niet te hoog opschroeven," zegt hij, "hoewel ik uiteraard toch ga proberen die hoge ambities uit mijn aanvankelijke plan te realiseren."

Ook een tweede gelukkige in de jongste Veni-ronde, Dennis Schutter (29), kreeg in zijn eigen onderzoeksgroep niet meteen de handen op elkaar. Zijn plannen voor onderzoek naar de rol van de kleine hersenen in emoties werden in eerste instantie niet gesteund. Schutter is een half jaar geleden gepromoveerd, ruim binnen de vier jaar die er voor een promotie staan, en verwachtte sowieso wel een nieuwe baan in de wetenschap te kunnen vinden. Maar niet zo'n mooie baan als nu dankzij Veni.

"Zonder die Veni-subsidie verval je al snel in een postdocschap waarin je ingezet wordt om de plannen van iemand anders uit te voeren," merkt Schutter op. Hij denkt dat jonge wetenschappers dan het risico lopen terecht te komen op een terrein dat ze niet erg boeit. "En dan wordt wetenschap gewoon werk.", zegt Schutter, en hij legt uit, "het mooie van de Veni-subsidie is nu juist dat die je heel veel vrijheid geeft om je eigen plannen uit te voeren. Nu blijft wetenschap voor mij een hobby."

Net als Kleinhans liet NWO ook Schutter nog wel zweten voor de subsidie werd toegekend. "Je weet dat NWO altijd goed let op je track record: je cv en je publicatielijst. Op dat gebied had ik me goed ingedekt", vertelt Schutter. Hij kreeg echter tijdens het gesprek met NWO een vrij heftige, heel inhoudelijke discussie. Zo heftig dat hij op een gegeven ogenblik dacht: 'zo slecht is m'n plan toch ook weer niet'. "Terecht trouwens, hoor," zegt hij, "voor al dat geld mag je best een beetje doorgezaagd worden."

Vrouwelijk talent

Meike Bartels (30), psychologe aan de Vrije Universiteit vindt dat haar onderzoeksvoorstel goed in elkaar zit en haar cv interessant is. "Ik heb vrij veel gepubliceerd, en ben in het buitenland geweest," antwoordt ze op de vraag waaraan zij haar Veni-subsidie te danken denkt te hebben, en "ik ben vrouw, dat zal ook wel meespelen." Inderdaad is de Vernieuwingsimpuls er doelbewust op uit ook vrouwen te helpen aan een kans om in de wetenschap door te gaan ? wat overigens niet wil zeggen dat er bij de beoordeling van vrouwelijke aanvragers aan de strenge kwaliteitseisen wordt getornd. Maar NWO wil vrouwelijk talent in elk geval niet over het hoofd zien ? zoals in de allereerste ronde van de Vernieuwingsimpuls, in 2000, lijkt te zijn gebeurd. Toen waren er onder de 43 uitverkorenen slechts vier vrouwen. En dat kán bijna geen goede afspiegeling van het destijds beschikbare talent zijn.

Nog altijd is het aantal vrouwen dat een Veni-subsidie krijgt lager dan het aantal mannen (in de laatste ronde waren er 31 vrouwen onder de 88 geselecteerden). Maar dat komt vooral omdat er minder vrouwen zijn die een subsidie aanvragen. NWO streeft ernaar dat het honoreringspercentage voor vrouwen en mannen even hoog is, en dat lukt de laatste jaren wél redelijk goed. Het is een zaak van de universiteiten om ervoor te zorgen dat ook het aantal vrouwelijke aanvragers omhoog gaat, zo valt te lezen in de NWO-brochure over de Vernieuwingsimpuls. Doen die daar ook wat aan? "De inspanning wisselt per universiteit", stelt Simone Scholtz wat droogjes vast.

Al met al heeft de Veni-subsidie sinds die in 2002 is opgezet al 370 jonge onderzoekers aan het werk geholpen. Een flink aantal van hen zou zonder die subsidie waarschijnlijk hebben moeten kiezen voor een loopbaan buiten de wetenschap. Ook mét Veni-subsidie is een vaste aanstelling in de wetenschap voor hen overigens nog niet gegarandeerd. Maar als er straks vaste banen vrijkomen, zegt Maarten Kleinhans, "sta ik wel vooraan in de rij."