De wetenschappelijke wereldleiders van de toekomst. Dat was waarnaar de European Science Foundation op zoek was. Sterker nog, daar denkt zij er 25 van gevonden te hebben, waarvan vier uit Nederland. Die krijgen elk 1,25 miljoen euro voor onderzoek waarmee zij in hun eigen wetenschapsgebied de wereldtop kunnen halen. Maar wereldleiders? "Dat doet me wat te veel aan mensen als Bush denken"

De ambities liegen er niet om. "Europa vindt wetenschappelijke wereldleiders", zo luidt de kop boven het persbericht waarin de European Science Foundation ( ESF) bekend maakt dat zij 25 jonge onderzoekers de European Young Investigators Award ( EURYI) heeft gegeven. Die prijs houdt in dat de onderzoekers vijf jaar lang een subsidie van 250.000 euro per jaar krijgen. Dat bedrag moet hen in staat stellen "in de toekomst wereldleiders in hun vakgebied te worden", aldus het persbericht. De Europese wetenschapsorganisatie laat niet na te melden dat het EURYI-bedrag in dezelfde orde van grootte ligt als de Nobelprijs.

22 Van de 25 prijswinnaars kwamen eind augustus naar Stockholm om de prijs op te halen. "Dat was een aardige ceremonie", zegt Sjef Barbiers, een van de Nederlandse gelukkigen. Hij onderzoekt dialecten aan het Meertens Instituut (een instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen, KNAW) en was daarmee een beetje een vreemde eend in de bijt in het door fysici, chemici en biologen overheerste gezelschap prijswinnaars. Maar met de bioloog die met EURYI-geld onderzoek gaat doen op het gebied van biodiversiteit zal hij nog wel contact opnemen. "Taal is tenslotte een biologisch gegeven en ik doe onderzoek naar de diversiteit daarvan", verklaart Barbiers.

Barbiers richt zich, anders dan de meeste dialect-onderzoekers, niet op woordenschat of klank, maar op zinsbouw. Zijn onderzoek is daarnaast vernieuwend door een combinatie van factoren. Ongewoon is onder meer dat hij niet louter verschijnselen verzamelt, maar zijn vondsten ook toetst aan algemene taaltheorieën. Ook nieuw is de technologie die hij benut en de grootschaligheid die hij daarmee kan bewerkstelligen. Hij beschikt inmiddels over een uitgebreide database van Nederlandse en Vlaamse dialecten.

Met de EURYI-subsidie wil Barbiers een groep opzetten die theoretische analyses van zijn gegevens gaat maken; daarnaast is hij van plan groepen elders in Europa te helpen om soortgelijk onderzoek op te zetten. "Internationaal vooraanstaand" durft hij zich met zijn onderzoek wel te noemen. En zeker, het is "niet niks" om uit meer dan zevenhonderd EURYI-kandidaten gekozen te worden. Maar of hij daarmee op weg is om wereldleider te worden? "Dat lijkt me een beetje inflatie van de term," vindt hij,"die doet me ook te veel denken aan mensen als Bush."

Gezwollen

"Het is misschien inderdaad een beetje gezwollen taal. In Nederland zouden we dat in wat nuchterder bewoordingen zeggen", relativeert Anko Wiegel van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek ( NWO). "Maar het streven was om excellent talent te selecteren dat op zeer hoog niveau onderzoek kan doen. En de verwachting was dat die bij zo'n grote Europese pool ook wel boven komen drijven."

NWO is een van de nationale wetenschapsorganisaties uit vijftien Europese landen die meededen aan het EURYI-programma. Die nationale organisaties legden er het geld voor bij elkaar ? in totaal een kleine dertig miljoen ? en zorgden voor de schifting van de kandidaten uit hun eigen land. De uiteindelijke selectie vond op Europees niveau plaats, door de ESF zelf. "Zo'n Europese competitie is nooit eerder gehouden", zegt Wiegel over het belang dat NWO aan dit initiatief toekent. "Het leek ons dat de tijd er rijp voor was. We wilden kijken hoe dat in de praktijk zou uitpakken."

Naar tevredenheid, weet NWO inmiddels. Al was het maar omdat Nederland per saldo geld aan die competitie heeft overgehouden. Want Nederland ? met zijn vier prijswinnaars ? had geld had ingebracht voor nog niet eens drie onderzoekers. Alleen Spanje scoorde nog beter, met zes prijswinnaars. Maar er zijn ook vijf landen (Ierland, België, Noorwegen, Hongarije en Finland) die wel geld inbrachten, maar er niets voor terugkregen.

Het aantal prijswinnaars is echter niet de belangrijkste reden tot tevredenheid, zegt Wiegel. "Als wij geen prijswinnaars hadden, zouden we teleurgesteld zijn, maar dat zouden we met opgeheven hoofd gedragen hebben. Want uit die ongelijke verdeling over de deelnemende landen blijkt dat de jury geen politieke overwegingen had, maar alleen naar de kwaliteit heeft gekeken. En juist daar zijn we heel blij mee."

Kans op Succes

Ondanks alle tevredenheid gaat NWO de volgende EURYI-ronde, die deze maand van start gaat, toch anders aanpakken. De kans dat een aanvraag in de prijzen valt, is nu namelijk wel erg klein. De ESF had van tevoren al voorspeld dat waarschijnlijk niet meer dan drie procent van de aanvragen gehonoreerd kon worden, en die voorspelling is ? met 25 winnaars op 770 aanvragen ? uitgekomen. Niet alleen voor de aanvragers is zo'n kleine honoreringskans een probleem, maar ook voor de beoordelende instanties. De ESF zelf kreeg 133 aanvragen te beoordelen. Maar daar komt nog het voorwerk door de nationale wetenschapsorganisaties bij. NWO bijvoorbeeld, die de Nederlandse aanvragen moest beoordelen, moest 64 aanvragen verwerken. Elk van die aanvragen moest worden voorgelegd aan referenten. "Daarmee haal je je een hoop werk op de hals", aldus Wiegel.

Daarom stapt NWO voor de volgende ronde af van de open procedure. Dat betekent dat onderzoekers zich straks niet zelf kunnen melden; in plaats daarvan selecteert NWO een aantal gegadigden uit de aanvragers voor de zogeheten Vidi-subsidie. Dat is een bestaande NWO-subsidie die bedoeld is voor grofweg dezelfde groep onderzoekers als de EURYI-award. Voor de Europese prijs komen namelijk onderzoekers in aanmerking die twee tot tien jaar geleden gepromoveerd zijn; voor Vidi geldt de richtlijn dat de promotie drie tot acht jaar geleden moet hebben plaatsgevonden. "Door een aantal Vidi-aanvragen te selecteren voor ?Europa' bespaart NWO zowel zichzelf als de aanvragers een hoop werk", zegt Wiegel.

Er is nog één uitkomst van de eerste EURYI-ronde die tot nadenken stemt: onder de 25 winnaars bevinden zich maar drie vrouwen. Ook in de Nederlandse voorronde scoorden vrouwen niet goed: een kwart van de 64 aanvragers was vrouw, maar onder de dertien die NWO er doorstuurde naar de ESF waren maar twee vrouwen. "Naar dat soort uitkomsten kijken we altijd heel goed", zegt Wiegel. "Maar een verklaring ervoor hebben we nog niet."